Conté

Om het moderne potlood uit te vinden had hij precies een week nodig

NICOLAS CONTÉ (1755-1805)

Het leven van Nicolas-Jacques Conté (1755-1805) is zo interessant omdat de man altijd daar opduikt waar je hem helemaal niet verwacht. In een recent boek over veldslagen in de Lage Landen is hij er weer.

Op de afbeelding van een aquarel zie je hoe zeven mannen in een gesloten ruimte met een grote bal in de weer zijn. Daaronder staat nog een prent die laat zien hoe je de bal kunt camoufleren door hem schijnbaar in een tent te veranderen.

Het onderschrift luidt: ‘Een primeur tijdens de slag bij Fleurus in 1794 (waarbij de Franse revolutionairen onze gewesten inlijfden) was de inzet van een observatieballon door het Franse leger. Een reeks aquarellen van Nicolas Conté toont hoe dergelijke ballonnen werden vervaardigd.’

Maar Conté aquarelleerde niet alleen. Hij had de ballonnen zelf gemaakt. Hij experimenteerde zelf met de technieken om ze de lucht in te laten gaan en in dit geval was hij ook nog zelf op het idee gekomen om ze als observatiepost te gebruiken.

Conté was in 1755 ter wereld gekomen in de buurt van het stadje Sées – waar een standbeeld van hem staat – ten oosten van Parijs. Hij kon als kind goed tekenen, ging bij een schilder in de leer en vestigde zijn naam als portretschilder.

Zijn schilderwerk zou vele jaren zijn voornaamste bron van inkomsten vormen.

’s Nachts echter voerde hij chemische experimenten uit en knutselde hij alle mogelijke werktuigen in elkaar. De Franse revolutionairen zagen in hem de ideale man om hun grafietprobleem op te lossen. Zuiver grafiet kwam alleen uit Engeland en met dat land lagen ze overhoop.

Conté kreeg in maart 1794 het bevel binnen een week iets te verzinnen met een grondstof uit Franse bodem. Hij nam fijngemalen klei, mengde die met onzuiver, Frans grafiet en bakte het. Op die manier werd de potloodstift keramisch vervaardigd.

Gebruikte je iets meer grafiet dan werd de stift zwarter, maar zachter. Nam je iets minder dan gebeurde het omgekeerde. De opdrachtgevers waren enthousiast.

Conté had echter ernstiger zaken aan het hoofd. Al in juni vond de veldslag van Fleurus plaats. Op aandringen van zijn vrouw en om zijn broer Louis te plezieren, vroeg hij in januari 1795 een octrooi aan op het potlood, dat hem verleend werd on-
der Frans patentnummer 32. Louis richtte een fabriek op in Boulognesur-Mer, waar ook tweehonderd jaar later de Conté-fabrieken nog gevestigd zijn.

Een primeur tijdens de slag van Fleurus (26 juni 1794) was de inzet van een observatieballon door het Franse leger. Het idee stamde van Nicolas Conté die zelf deze aquarel tekende.

Tegen 1798 was de reputatie van de autodidact-ingenieur zo groot dat Napoleon hem als hoofd van de technici meenam op zijn Egyptische expeditie. Voor de kust van Alexandrië kwam Napoleons schip in moeilijkheden, waarna het samen met de complete technische uitrusting verging.

Conté kreeg meteen de kans om zijn veelzijdigheid te demonstreren.

Hij construeerde ovens om brood te bakken, molens om kalk te malen, hydraulische machines en een optische telegraaf. Tegelijk bracht hij alles in kaart, maakte hij eindeloos tekeningen en aquarellen.

Napoleon zou hem daarvoor in zijn memoires gedenken. ‘Conté heeft alle wetenschappen in zijn hoofd en alle kunsten in zijn handen,’ aldus een van de expeditiegenoten achteraf. In december 1805 overleed hij op 50-jarige leeftijd aan een hartaderbreuk.

Hij ligt begraven op het kerkhof van Montparnasse in Parijs. In een kapel van het ziekenhuis van Sées (chapelle de l’Hôtel-Dieu) is nog altijd houtwerk te zien dat door de jonge Conté werd beschilderd. De Bic Group nam in 1979 de firma Conté over.