Lacoste

De Franse winnaar van zeven grand slams was voorbestemd om het tennisshirt uit te vinden

RENÉ LACOSTE (1904-1996)

De vroegste foto van René Lacoste ooit gepubliceerd dateert van 1911. Hij is dan 7. Met een vliegenierspet op het hoofd gluurt hij vanachter de manshoge radiator van een Hispano Suiza, een forse automobiel uit de Parijse fabriek van zijn vader, naar de fotograaf.

De gezondheid van de kleine René is zo zwak dat zijn ouders, Franse Basken van origine, besluiten naar het platteland te verhuizen. Op een landhuis in Courbevoie, te midden van een hele resem dienstboden, groeit hij op.

Alleen welgestelde lieden kunnen zich de luxueuze Hispano Suiza veroorloven. Vader Lacoste meet zich de allures van zijn klanten aan. Zijn zoon krijgt de beste opleiding en wordt herhaaldelijk op vakantie naar Engeland gestuurd.

Het spelen van hockey of tennis is in dit milieu even vanzelfsprekend als het aanleren van de juiste omgangsvormen. Als hij 15 is krijgt René op Saint-Cloud de gelegenheid de Amerikaanse speler Big Bill Tilden, de eerste vedette uit de tennisgeschiedenis, aan het werk te zien.

Op de Parijse tenniscourts komt hij in contact met de beste leraren die Frankrijk rijk is. Om eens te kijken wat hij kan, speelt hij in 1921, 17 jaar oud, zijn eerste wedstrijd op Wimbledon. Het wordt een fiasco.

René kan goed met auto’s en motoren overweg, hij heeft een knobbel voor wiskunde en is praktisch aangelegd. Geen wonder dat zijn vader een ingenieur in hem ziet. Toch raakt de frêle jongeman, die permanent met zwakke longen te kampen heeft, in de ban van de tennissport.

Tennis is in die dagen nog een zuivere amateursport, een tijdverdrijf voor gentlemen. Sponsoring en een prijzenpot zijn nog niet aan de orde. Geen mens die er zijn brood mee kan verdienen.

De dreiging van het sanatorium jaagt de jonge dandy naar het tennisveld. René werkt systematisch aan zijn fysieke weerstand, loopt dagelijks twaalf kilometer, bestudeert de greep op zijn racket en roept de hulp in van de Franse kampioene Suzanne Lenglen om opslagen beter te kunnen beantwoorden.

In een serie carnets noteert hij zorgvuldig de sterke en vooral de zwakke punten van zijn tegenstrevers. Hij is vermoedelijk de eerste sportman ter wereld die zijn rivalen laat filmen om thuis hun manier van spelen beter te kunnen analyseren.

Hij leert spaarzaam met zijn krachten om te springen, elke beweging te beredeneren en hij ontwikkelt zijn style de métronome, het mechanische spel waarop later alle kampioenen, ook zijn idool Big Bill Tilden, zullen afknappen. Zijn handicap, zijn zwakke gezondheid, zet hij om in een voordeel.

Alligator

In 1923, 19 jaar oud, wordt hij indoorkampioen van Frankrijk. Meteen wordt hij opgenomen in de Franse Davis-Cupploeg die nog datzelfde jaar in Boston tegen Australië moet spelen.

In Boston vindt ook het magische moment plaats dat Lacoste in 1994, 90 jaar oud, als volgt beschreef: ‘De avond voor de wedstrijd, waarbij de Franse ploeg nauwelijks kansen had, liepen we met onze kapitein door de straten van Boston.

In een winkel in reiskoffers werd ons oog getroffen door een schitterend exemplaar van krokodillenleer. Bij wijze van grap vroeg ik de kapitein:“Als ik morgen win, krijg ik dan die koffer?” “D’accord,” zei hij.

Ik verloor mijn match, zij het dan in vijf sets.

Ik begrijp nog altijd niet waarom ik de anekdote diezelfde dag tegen een journalist van de Boston Globe vertelde, die ze als volgt in zijn verslag verwerkte: “Lacoste heeft gisteren weliswaar zijn koffer van krokodillenleer verloren, maar daar tegenover staat dat hij als een ware alligator heeft gespeeld !” Ik moet wel zeggen dat ik mij goed had verdedigd.

Mijn vrienden vonden dit zeer grappig. Ze zagen het als een rake typering van mijn vasthoudende, berekenende manier van spelen. Ik hield er de bijnaam “de krokodil” aan over.’

In 1924 stopt Lacoste met zijn ingenieursstudie.

Als hij in 1925 ter voorbereiding van enkele grote toernooien geen partner vindt om zijn maniakale trainingsprogramma mee af te werken, laat zijn technische geest hem echter niet in de steek: hij ontwikkelt een ballenlanceermachine die later over de hele wereld verspreid zal worden.

Britse militairen die het in afgelegen koloniale gebieden zonder spelpartner moeten stellen, sturen hem hun felicitaties. René Lacoste wint dat jaar zowel het Franse kampioenschap als Wimbledon, de Britse titel. Zijn systeem werkt.

Nieuw hemd

Tegen 1926 begint hij te tobben over zijn kleding. Tennis wordt op dat ogenblik nog gespeeld in kledij die eerder geschikt is om op een mooie zondagmiddag deftig een balletje te slaan, dan om een felle wedstrijd te spelen.

Vrouwen spelen in een lange jurk, mannen in pantalon en conventioneel overhemd met lange mouwen. Op Wimbledon rilt Lacoste van de kou, op Forest Hills in de Verenigde Staten stikt hij van de hitte. Zijn gezondheid is niet bestand tegen temperatuurschommelingen.

De uitvinder gaat opnieuw aan het werk. Hij bedenkt een tennisshirt met korte mouwen en maakt een speciaal weefsel, jersey petit piqué genaamd, waarin katoen verwerkt zit dat het zweet goed opslorpt.

De vorm is geïnspireerd door de weliswaar langmouwige hemden van polospelers in India. Vandaar ook de benaming poloshirt. Een Londense kleermaker maakt er voor hem een fijn werkstukje van. Stilaan betrekt zijn vader hem in het zakenleven.

Ook de nieuwe Hispano Suiza die dat jaar op de markt komt is een ontwerp van…

René Lacoste. In september van dat jaar verliezen de Fransen – voorlopig voor de laatste keer – de Davis Cup van de Amerikanen. Maar Lacoste wint in dat toernooi wel zijn partij tegen de legendarische Bill Tilden met 6/3, 4/6, 6/3 en 6/2. Tilden had sinds 1920 niet meer verloren.

De Amerikaan geldt bij ingewijden ook vandaag nog als de beste speler aller tijden. Volgens de overlevering kon hij in zijn enorme linkerhand vijf ballen vasthouden. Ooit sloeg hij met vier ervan vier aces achter elkaar en joeg hij de vijfde met een overwinningsgebaar in het publiek.

Zo’n figuur was Tilden.

In oktober 1926 wint Lacoste de finale van Forest Hills tegen zijn Franse kompaan Borotra met 6/4, 6/0 en 6/4. Ondertussen veroorzaakt zijn nieuwe shirt in de Franse tenniswereld met haar strenge kledingetiquette een klein schandaal.

De president van de tennisbond vindt dat het niet kan, dat het nauwsluitende hemd eerder op de bovenzijde van een badpak lijkt. De president aarzelt even, maar grijpt niet in.

Een jaar later wint Lacoste de Amerikaanse grand slam opnieuw, dit keer tegen de nationale held Tilden, met 11/9, 6/3 en 11/9. Tilden naderhand: ‘De eentonigheid waarmee die jongen met dat onbeweeglijke gezicht op mijn aanvallen reageert, heeft een vernietigende uitwerking op mijn zenuwen.

Het is net alsof ik tegen een machine sta te spelen. Het scheelde niet veel of ik had hem mijn racket in het gezicht geslingerd, gewoon om die marteling te doen stoppen.’

In hun hotel schrikken zijn ploegmaats ’s nachts wakker als blijkt dat de gekke krokodil ook op zijn kamer verwoed balletjes zit te slaan. Na de overwinning is er maar één man die geen champagne hoeft: Lacoste. Hij houdt zijn fysieke conditie streng in de gaten.

De Franse ploeg sleept dat jaar ook de Davis Cup in de wacht – de eerste keer in zes opeenvolgende jaren – en de krokodil haalt ook nog Roland-Garros binnen.

Tegen die tijd heeft zijn vriend, hockeymaat en modeontwerper Robert George een breedlachende krokodil ontworpen, veel groter dan het huidige embleem, dat René Lacoste voortaan trots op het borstzakje van zijn blazer draagt.

In 1927 ook leert hij Simone Thion de la Chaume kennen, een Franse golfkampioene die als eerste buitenlandse de Britse titel wint. Hij is 23, zij 19. Het wordt een liefde voor het leven.

In zaken

In 1928 wint hij opnieuw Wimbledon en in 1929 nog een keer RolandGarros. Commentatoren weten dan al dat het zakenleven zijn aandacht opslorpt. Overigens laat zijn gezondheid hem in de steek. Hij heeft almaar meer tijd nodig om zich na zware inspanningen te herstellen.

De longontstekingen volgen elkaar snel op. Na zeven grand slams te hebben gewonnen, besluit Lacoste het wedstrijdtennis stop te zetten. De krokodil geef zich gewonnen. Hij trouwt in 1930. Een jaar later wordt zijn zoon Bernard, de eerste van vier kinderen, geboren.

Hij richt een bedrijf op dat remmen maakt voor Europese wagens en onderdelen voor de ont- luikende luchtvaartindustrie en werkt als manager in de scheepsbouw en vliegtuigindustrie. Onder- tussen gaat zijn tennisshirt, zijn ‘uitvinding’ uit 1926, een eigen leven leiden.

Jarenlang doet hij vrienden en kennissen er op verzoek eentje aan de hand. Via het tennis, dat hij aandachtig blijft vol- gen, leert hij André Gillier kennen, de grootste breifabrikant van Frankrijk. Samen ontwikkelen Lacoste als tennisser aan het werk ze een plan om het shirt te commercialiseren.

In in de jaren twintigjuni 1933 komt het witte polohemd op de markt, uiteraard gesierd door Lacostes handelsmerk: het groene krokodilletje.

Het is de eerste keer dat in de textielsector een handelsmerk zzichtbaar wordt aangebracht. Lacoste: ‘Wat mij betreft houdt het verhaal daar op. Ik heb me na 1933 nooit echt met het Lacoste-shirt beziggehouden. Tenzij van ver.

Het is vooral mijn zoon Bernard die de productie na 1963 op gang heeft gebracht.’ In 1939 gaan er per jaar circa 300.000 witte shirts van de hand. Tussen 1940 en 1946 ligt de productie stil. Vanaf 1953 voert de firma aarzelend drie kleuren in : azuurblauw, marineblauw en rood.

Nog lang leidt het shirt een sluimerenbestaan. Pas als Bernard Lacoste zich ermee gaat bemoeien – ingenieur van opleiding, zeven jaar manager bij General Motors – wordt hemerk wereldwijd verspreid. Jaarlijks worden nu in tachtig landen circa 35 miljoen Lacoste-producten verkocht.

Naast de shirts en de sportartikelen ook parfums, schoenen, brillen en horloges.

Vader René concentreert zich na de lanceermachine voor ballen en het hemd op allerlei elementen uit de tennisen golfuitrusting. Hij ontwikkelt in 1963 het metalen tennisracket waarmee Jimmy Connors – volgens Lacoste de beste tennisspeler van na de oorlog – grote successen boekt.

Met Lacostes metalen racket worden tussen 1966 en 1978 niet minder dan 46 grand slams gewonnen. Voordat er nieuwe materialen opduiken – maar het was Lacoste die het klassieke hout als eerste aan de kant schoof – zijn er zeven miljoen metalen rackets verkocht.

In 1974 komt hij met de damper, een soort schokdemper die het risico op een tenniselleboog aanzienlijk verkleint. In de loop der jaren stapelt hij het ene patent op het andere.

Tussendoor heeft zijn dochter Catherine in het spoor van haar moeder de wereldtop van de golfsport bereikt. Ze wordt wereldkampioene in 1964, wint de us Open in 1967 en 1969, de British Open in 1969.

Baskenland

De bejaarde Lacoste maakte van zijn riante buitenverblijf in Saint Jean-de-Luz, even ten zuiden van Biarritz in Frans Baskenland, naderhand zijn vaste woonplaats. ‘Ik heb me altijd meer een Bask dan een Parijzenaar gevoeld,’ zo heeft hij die keuze ooit toegelicht.

Journalisten troffen hem steevast op de eerste verdieping aan terwijl hij met de een of andere uitvinding in de weer was: rackets met inkepingen, vier stukjes wit textiel op een bord vastgeprikt, prototypes van golfstokken of een tennisbal van onverslijtbaar materiaal.

Hier had hij de basis gelegd voor zijn tientallen Europese en Amerikaanse brevetten.

Met een gemotoriseerde stoel kon hij zich zachtjes naar de benedenverdieping laten glijden: zijn zwakke hart stond het trappenlopen niet meer toe. Voorwerpen glipten hem soms uit de vingers. Maar zijn geheugen liet hem niet in de steek: hij kende nog alle belangrijke data uit zijn leven.

Toptennis volgde hij nog altijd op televisie. Graag gaf hij commentaar op de tennissterren van het ogenblik.

Om zijn zinnen te verzetten, schilderde hij. Een geliefd landschap was het golfterrein achter zijn huis. Het wisselend groen fascineerde hem. Wekenlang kon hij naar de juiste schakering zoeken.

Voor bezoekers die op de hoogte waren, wilde hij wel eens de legendarische zakboekjes opdiepen waarin hij de sterke en zwakke punten van zijn tennisrivalen noteerde. Als je echter naar zijn beroep vroeg, dan zei hij resoluut : uitvinder.

‘Mijn zoon Bernard leidt in Parijs de zaken, maar ik ben nog altijd de uitvinder achter de schermen. Als het mij niet om het uitvinden te doen was, was ik allang dood.’

Op 12 oktober 1996 was het definitief afgelopen met uitvinden: de krokodil overleed aan de gevolgen van een beenbreuk-operatie.