Neckermann

Duitse pionier van het massatoerisme wordt op zijn 60ste sportman van het jaar

JOSEF NECKERMANN (1912-1992)

Waarom zaten in de rechtercolbertzak van Josef Neckermann altijd muntstukken? Omdat hij iedere werknemer met een goed idee bij wijze van ritueel een mark placht toe te stoppen. Ook zijn twee zonen bijvoorbeeld, die dit niet prettig vonden.

Ze konden wel op een baantje in het bedrijf van hun vader rekenen, maar ze kregen absoluut niet de kans om uit zijn schaduw te treden.

De anekdote typeert de selfmade ondernemer Neckermann, die bij zijn dood in 1992 werd gehuldigd als een ‘symbool van het Duitse Wirtschaftswunder.’ Neckermann macht es möglich was zijn beroemdste reclameslogan geweest.

Hij stampte de firma eigenzinnig en met veel discipline uit de grond en raakte ze, als voorvechter van de vrije markteconomie, door de mechanismen van die economie ook weer kwijt. Neckermann werd op 5 juni 1912 in Würzburg geboren als zoon van de grootste kolenhandelaar van Beieren.

Zijn vader had tachtig man in dienst, die met twintig werkpaarden de stad van kolen voorzagen. De kleine Josef groeide tussen de paarden op, ze waren zijn lust en zijn leven.

Rond zijn zestiende haalde zijn vader hem op zekere dag om zes uur ’s ochtends uit bed om samen naar de kerk te gaan en zei hem : ‘Ik weet dat je gek bent van paarden, maar je moet me beloven dat als mij iets overkomt, je die paarden vergeet, je op je studie concentreert en zo snel mogelijk de zaak overneemt.’ Toen hij ’s middags van school thuiskwam was zijn vader dood.

Hitler

Josef kwam als leerjongen bij een bank terecht, werd ter afronding van zijn opleiding naar Engeland en België gestuurd en keerde daarna naar Duitsland terug.

In 1933 nam hij de ouderlijke firma over en profiteerde korte tijd later van de Arisierung van de nazi’s waardoor hij van moegetergde joodse zakenlui in Würzburg een warenhuis (1935) en in Berlijn een postorderbedrijf (1938) kon kopen.

Tijdens de oorlog werd hij adviseur van de Reichsstelle für Kleidung und verwandte Gebiete, wat onder meer inhield dat hij samen met enkele andere textielfirma’s voor drie miljoen soldaten van de Wehrmacht winterkleding mocht leveren.

Honderdduizenden Duitse soldaten waren in de winter van 1941-1942 in de vlakten voor Moskou doodgevroren. De 30-jarige Neckermann ontwierp nieuwe, revolutionaire kleren voor de winter van 1942-1943 en demonstreerde ze persoonlijk aan de Führer in zijn Wolfsschanze.

Omdat het Duitse geld voor de aankoop van grondstoffen in het buitenland alle waarde had verloren, kocht zijn organisatie bij een bank een grote partij diamanten op om er eventueel Italiaanse leveranciers mee te betalen. Na de oorlog bleef hij met die diamanten zitten.

Waren ze niet uit joods bezit ontvreemd? Neckermann schrijft over die jaren in zijn memoires: ‘Wij leefden niet in een geschiedenisboek… leidden het leven van alledag.

Vaak voelde ik mij ook niet lekker, heel zeker. Ik vermoedde dat er verschrikkelijke dingen gebeurden. Maar ik had niet de geringste behoefte om in moeilijkheden te komen. Politiek ligt mij niet.

Ik heb geen talent voor martelaarschap.’ Verder doet hij geen poging om afstand te nemen van deze periode in zijn leven. De overname van enkele joodse bedrijven, de voorraad diamanten, de levering van kleding aan Hitlers troepen: Neckermann zou er voor boeten.

In 1946 werd hij tot een jaar gevangenisstraf veroordeeld. Hij zat de straf uit en werd in 1947 gerehabiliteerd. Ondanks herstelbetalingen aan voormalige joodse eigenaars werd hij in 1949 door het Amerikaanse leger opnieuw tot vier jaar veroordeeld.

En korte tijd later werd hij in beroep vrijgesproken.

Wirtschaftswunder

In 1948 verhuisde hij met zijn familie van Berlijn naar Frankfurt am Main waar hij nog datzelfde jaar zijn textielgroothandel ‘Textilgeschäft Neckermann ag’ oprichtte dat snel tot bloei kwam. In 1950 ging hij met zijn postorderbedrijf ‘Neckermann Versand kg’ van start.

De eerste catalogus telde twaalf bladzijden en omvatte 133 textiel-aanbiedingen waarmee hij 100.000 huishoudens bereikte. Hij paste daarbij een oud principe toe: van een product grote hoeveelheden rechtstreeks bij de fabrikant kopen.

Daardoor kreeg hij kortingen van 20 tot 30% die hij door gaf aan de klant.

Vanaf 1953 zaten in zijn assortiment ook radio’s, koelkasten, tv-toestellen en wasmachines. Zijn stuntaanbiedingen voor de kleine man waren voor die tijd ongehoord. Een Neckermann-radio bijvoorbeeld kostte 187 mark, de helft van de gangbare prijs.

Omdat de kleinhandel weigerde Neckermann-artikelen te herstellen, zag de firma zich genoodzaakt in de hele Bondsrepubliek een eigen klantendienst op te bouwen die de De eerste catalogus uit 1939 huishoudelijke apparatuur thuis kwam repareren.

Tegen 1975 had hij tweeduizend technici in 120 servicefilialen aan het werk.

Neckermann bracht voor de modale Duitser de statussymbolen van die tijd binnen bereik, hij bracht bondskanselier Ludwig Erhards slogan Wohlstand für alle in praktijk. In november 1954 bijvoorbeeld bood hij het televisietoestel ‘Weltblick’ aan, 300 mark onder de normale prijs.

De eerste kanselier van de Bondsrepubliek, Konrad Adenauer, wees het nieuwe medium van de hand: zijn met diepe groeven getekende gelaat zou het volk alleen maar afschrikken, dacht hij. Herr Bundeskanzler, zei Neckermann, ‘weet u wat de mensen zullen zeggen ?

Al die rimpels heeft hij gekregen uit bezorgdheid om ons.’ Adenauer lachte fijntjes: ‘U had jezuïet moeten worden,’ zei hij. Maar Adenauer werd een van de grote pleitbezorgers van het nieuwe medium.

Massatoerisme

Toen Neckermann in het begin van de jaren zestig zijn voorsprong op concurrerende postorderbedrijven als Quelle en Otto-Versand verloor, kwam hij met ‘Neckermann und Reisen’ (nur) voor de dag, de aanzet tot het vliegtoerisme waarmee hij in heel West-Europa naam maakte.

In 1963, het eerste jaar, boekte hij 18.000 vluchten. Vijf jaar later was hij verantwoordelijk voor 30% van alle geboekte vluchten in Duitsland. Sindsdien gold Neckermann als de ‘uitvinder’ van het Duitse massatoerisme.
Neckermann was er trots op.

In 1974 vertelde hij in Elseviers Weekblad tegen de Nederlandse schrijver Michel van der Plas : ‘Waar het vermogen om te vergelijken ontbreekt, ontbreekt het vermogen tot oordeel, want oordeel berust op ervaring.

Wat een grote fouten zijn er in de politiek niet gemaakt omdat leiders nooit buiten de grenzen van hun eigen land hadden gekeken? Denk aan Hitler, denk aan Stalin.

Ik vrees dat we nog generaties lang zullen lijden aan onwetendheid en onbegrip ten aanzien van andere landen en mensen die daar wonen.’

Volgens economen kreeg Neckermann zijn eerste klap in 1963 toen de financier Friedrich Flick onverwachts zijn kapitaal uit het concern terugtrok en werd hij in 1976 zelf het slachtoffer van de vrije markt toen onder invloed van de oliecrisis de bestedingen inzakten.

De winstmarges van Neckermann bleken toch wel erg krap te zijn geweest. Hij trad terug en stond toe dat concurrent Karstadt een belang in het familiebedrijf nam. Naderhand werd zijn onderneming in haar geheel eigendom van Karstadt.

In zijn memoires toont Neckermann zich over die episode erg verbitterd.

Vooral omdat Karstadt maandenlang met opzet onzekerheid liet bestaan in verband met de overname, waardoor Neckermanns situatie de pers haalde, de klanten wegbleven, kredieten stokten en zijn florerend bedrijf in elkaar klapte.

Neckermann moest kiezen tussen het redden van zijn bedrijf met 21.000 werknemers of zijn eigen kapitaal. Hij koos voor het eerste. In 1976 was hij 64 jaar oud en zat hij financieel aan de grond.

Paarden

De belofte aan zijn vader had zijn ware passie, het paardrijden, niet doen uitdoven. In 1952 nam hij de draad weer op. Aanvankelijk probeerde hij het als springruiter, vanaf 1956 als dressuurruiter. Snel bereikte hij de wereldtop.

Op de Olympische spelen van Rome (1960), Tokio (1964), Mexico (1968) en München (1972) won hij in totaal zes medailles: twee gouden, twee zilveren en twee bronzen. Hij behaalde twee keer de wereldtitel, vier keer de Europese, vier keer de Duitse.

In 1972 werd hij, 60 jaar oud, in Duitsland uitgeroepen tot sportman van het jaar. In zijn memoires schetst hij het leven en het karakter van zijn geliefde paarden alsof het mensen waren. ‘Paardrijden,’ zo schreef hij, ‘leert een mens nederigheid die ook in het dagelijks leven goed doet.’

Het echte leven Vanaf 1977 begon de oude man aan een tijdperk dat hij later das wirkliche Leben, het echte leven, zou noemen.

In 1967 was hij voorzitter geworden van de ‘Deutsche Sporthilfe’, een organisatie die fondsen werft om Duitse atleten te steunen, het West-Duitse antwoord op het succes van de door de staat betaalde ddr-atleten.

Neckermann, door zijn sportvrienden ‘Necko’ genoemd, bleek ook hierin een kampioen te zijn.

Toen hij in 1988, 76 jaar oud, als voorzitter aftrad, had ‘de bedelaar van de natie’, zoals hij zichzelf ooit bestempelde, 250 miljoen mark sportsteun ingezameld. Sommige atleten waren hem daar persoonlijk zo dankbaar voor, dat ze hem hun olympische medaille cadeau gaven.

Neckermann was een verwoed sportbeoefenaar die er om acht uur, als zijn werknemers arriveerden, al meer dan twee uur paardrijden op had zitten.

Hij bezat een tomeloze energie. ‘Met Necko gaat het goed,’ zo schreef zijn vrouw ooit in een kerstbrief aan vrienden en kennissen, ‘maar een schouwburg, een bioscoop of een concertzaal kent hij niet. Hij ontfutselt tijd aan zijn slaap.’

Hij had de gewoonte door te werken tot in het holst van de nacht en zich voor het slapengaan nog twee eitjes te bakken. Eén keer viel hij daarbij met zijn hoofd op het aanrecht in slaap terwijl de hele keuken uitbrandde. Ook familiaal ondervond hij grote tegenslagen.

Het ergst was de zelfmoord van zijn 21-jarige kleinzoon die in 1984 van een brug sprong terwijl de hele familie samen was om de gouden bruiloft van de Neckermanns te vieren.

Tot op hoge leeftijd bleef hij sterk en jong van geest. De voorlaatste alinea van zijn memoires uit 1990 luidde : ‘Mijn vingers jeuken om nog één keer jong te zijn, mij nog één keer in dit leven te kunnen mengen.

Het zijn toch zulke spannende tijden waarin wij leven.’ Het roken van sigaretten kon hij niet laten. In 1979 kreeg hij een pacemaker ingeplant. Bij wijze van toegeving kortte hij het paardrijden met een uur in, maar het roken liet hij niet achterwege.

Hij overleed op 13 januari 1992, bijna 80, aan longkanker. Op zijn graf wou hij bloemen noch kransen.

Hij vroeg om ter gelegenheid van zijn begrafenis nog één keer een collecte te doen voor de ‘Deutsche Sporthilfe’. Zijn overlijdensbericht schreef hij zelf.

Het droeg een motto van Goethe: ‘Ik ben een mens geweest en dat wil zeggen: strijder zijn.’ Hij ligt begraven op het Hauptfriedhof van Frankfurt, waar ook Alois Alzheimer (van de ziekte van Alzheimer) en de filosoof Arthur Schopenhauer hun laatste rustplaats hebben gevonden.