Wedgwood

Hoe een verminkt been een Engelse pottenbakker alleen maar geluk bracht

JOSIAH WEDGWOOD (1730-1795)

Josiah Wedgwood, een van de bekendste pottenbakkers uit de geschiedenis, kreeg als kind waterpokken en raakte verlamd.

Toen hij na verloop van tijd weer kon lopen, bleek zijn rechterknie zo stijf te zijn dat hij twee jaar op krukken moest lopen en zich ook later alleen met behulp van een stok kon voortbewegen.

Daardoor kon hij, geboren in een familie van pottenbakkers, de voetschijf niet doen draaien, wat hem ongeschikt maakte voor het vak. Vandaar dat hij zich bekwaamde in de baktechniek, de kwaliteit van het materiaal en de vorm van de potten. Hij bleek een waar genie.

Op zakenreis naar Liverpool, enkele jaren later, werd zijn paard aangereden door een rijtuig en raakte zijn rechterbeen zo ernstig gewond dat hij langere tijd in een plaatselijke herberg moest worden verpleegd.

De dokter probeerde de rusteloze zieke op te monteren en bracht op een avond Thomas Bentley mee, niet alleen een zakenman maar ook een intellectueel die ijverde voor de afschaffing van de slavernij.

Zij spraken over godsdienst, handel, kunst en poëzie, logica en politiek, onderwerpen waarvan de eenvoudige pottenbakker, die nauwelijks naar school was geweest, weinig afwist. De twee werden zakenpartners en vrienden voor het leven. Voor de tweede keer had het zieke been hem ook geluk gebracht.

Maar het bleef hem kwellen. Alleen amputatie kon de pijn wegnemen, zo zeiden de doktoren. Op 31 mei 1768 – volgens Wedgwood ‘Sint-Amputatiedag’ – was het zover. Twee mannen zaagden het been af terwijl hij thuis rechtop in een stoel zat.

Wedgwood was hevig geïnteresseerd in de medische verschijnselen die zich na de operatie voordeden. Na enkele weken schreef hij zijn vriend Bentley: ‘De wond heelt goed en is nog maar minder dan vijf bij drie centimeter groot. Ik heb hem zojuist gemeten.’

Drie weken later – na ‘twintig verloren werkdagen’ – kon hij weer aan de slag. In Londen had hij zich bij een houtsnijder een kunstbeen laten aanmeten, maar dat moest al snel in de revisie. Wedgwood was niet voorzichtig genoeg en rende erop rond alsof het een echt been was.

Uit die tijd dateert een visioen – misschien door de laudanumverdoving tijdens en na de amputatie – waarin hij een compleet nieuw assortiment van serviezen en vazen voor zijn geest zag verschijnen, ‘artikelen waarvan we heel zeker de hele wereld zullen voorzien.’ Wat hem nog lukte ook.

Tot op de dag van vandaag is Wedgwood een van de beste en exclusiefste aardewerken porseleinfabrieken ter wereld.

Kleidorp

Josiah Wedgwood werd in 1730 geboren als jongste van tien, twaalf of dertien kinderen – daarover bestaat onduidelijkheid – in het pottenbakkersdorp Burslem in het noorden van Staffordshire, MiddenEngeland. Het was een dorp zonder wegen. Er waren alleen wat smalle modderige paden.

De pottenbakkers hadden de hebbelijkheid om bij nacht de platgetrapte, zachte plekken in de kleiwegen uit te graven en de zo gewonnen grondstof te gebruiken voor het maken van boterpotten voor de markt in Stafford.

De kuilen liepen vol regenwater. En zo werd het Engels met het woord potholes verrijkt. Het dorp telde één paard, één muilezel en nauwelijks enkele karren. De arbeiders sjouwden de klei en de kolen, die er alletwee rijkelijk te vinden waren, voor minder dan een shilling per dag.

Vrijwel niemand kon lezen of schrijven. En de veldwachter bond dronken vechtersbazen ter ontnuchtering vast aan een paal tegenover de kroeg De Rode Leeuw.

Vanaf zijn zevende kon Josiah naar school, maar twee jaar later overleed zijn vader en moest hij bij een van zijn broers aan het werk als hulpje in de pottenbakkerij. Op zijn veertiende kreeg hij bij diezelfde broer een leercontract dat hij acht jaar later beëindigde.

Josiah ging met anderen in zee en begon te experimenteren met het mengen van klei, met glazuren en bakken.

Zijn bevindingen schreef hij neer in notitieboeken die vandaag nog in het Wedgwoodmuseum te zien zijn. Hij was zich toen al zozeer van zijn talent bewust, dat hij in opeenvolgende partnerschappen een clausule liet opnemen waarmee hij zijn ontdekkingen beschermde.

Tussendoor werd hij ziek en raakte hij verliefd op het meisje dat hem verzorgde: zijn nicht of achternicht Sarah Wedgwood, dochter van een welgestelde kaashandelaar.

Haar vader zag een huwelijk met de arme, ziekelijke pottenbakker niet zitten en zei pas toestemming tot een huwelijk te geven als Josiah evenveel kon laten zien als de bruidschat bedroeg, namelijk 4000 pond. De bruid zei op hem te zullen wachten.

Josiah, toen 28, begon zijn eigen pottenbakkerij. Hij nam vijftien arbeiders en kinderen in dienst en deed goede zaken. Twee keer per maand mocht hij zijn geliefde op zondag een bezoek brengen.

Vanaf 1761 maakte Wedgwood zijn eigen kwalitatief hoogstaande creamware, crèmekleurig aardewerk dat op lange termijn het houten en tinnen tafelgerei in heel Engeland zou verdringen.

Uit de creamware-catalogus van 1774 koloniën voor en Wedgwood ijverde tot in het parlement voor de aanleg van een echte weg naar Liverpool, al was het maar om zijn handwerk ongehavend ter plaatse te kunnen krijgen.

Korte tijd later slaagde hij erin reeds bestaande plannen voor een kanaal tussen Liverpool en Hull, dat bij hem in de buurt passeerde, te laten verwezenlijken.

Koninklijk

Pas in 1764, zes jaar na zijn huwelijksaanzoek, had hij het exorbitante bedrag van 4000 pond gespaard en kon hij met zijn Sally trouwen. Een jaar later werd Susannah geboren, het eerste van hun negen kinderen.

Intussen werkte zijn negen jaar oudere broer John, die in Londen woonde, almaar vaker als Josiahs agent. John huurde showrooms waar de beau monde de serviezen en vazen van Josiah kon bewonderen.

Hij legde contacten met het hof zodat koningin Charlotte in 1766 Josiah tot Potter to her Majesty benoemde. De jonge pottenbakker die altijd al een commerciële neus had gehad, hernoemde zijn creamware prompt tot Queen’s ware.

Sindsdien maakte Wedgwood er een gewoonte van royalty’s het hof te maken door het aanbieden van smaakmakende geschenken, die deden verlangen naar meer. De aandacht van de Engelse aristocratie was gewekt.

Wedgwood zorgde ervoor dat in zijn Londense showrooms permanent nieuwe dingen te zien waren, hij breidde het assortiment voortdurend uit en kwam geregeld met nieuwe materialen op de proppen. Hij creëerde op een moderne manier welbewust nieuwe rages.

Fashion is infinitely superior to merit in many respects, (mode staat in menig opzicht ver boven verdienste) zo schreef hij meer dan 200 jaar geleden. En : ‘Je moet je klanten altijd één stap voor blijven.’

Omdat hij de vraag niet aankon, opende hij een nieuwe fabriek op een uitgestrekt landgoed waar hij ook honderd huizen voor arbeiders liet bouwen. Uit respect voor het Etrurische aardewerk waarvan hij al jaren geraffineerde reproducties maakte, noemde hij het landgoed Etruria.

Hoewel later onderzoek aantoonde dat de bewuste vazen uit Griekenland afkomstig waren. Zijn creamware bleef hij trouw. Het was zo excellent van vorm en vergde zo weinig decoratie dat hij ze per tienduizend stuks kon bakken.

Een adellijke kennis werd tot ambassadeur aan het hof van Catharina de Grote benoemd en maakte reclame voor Wedgwood. De
tsarina be- stelde in 1773 een servies van 952 delen die allemaal het teken van de kikker moesten dragen, omdat de plaats waar
haar paleis was gebouwd bekend stond als het Kikkermoeras. Wedgwood was zo verstandig om het voor Basaltvaas uit 176 verzending twee maanden lang tentoon te stellen in Londen.

In een brief van 23 augustus 1772 schrijft Wedgwood dat ongeveer de hele adel van zijn vazen was voorzien, zo leidde hij uit de dalende omzet af, en dat het nu tijd werd om de middenklasse aan te spreken, dat de prijzen bijgevolg moesten worden verlaagd en dat dit alleen kon door de productie op te drijven.

Hij wakkerde bewust de kooplust van de gegoede middenstand aan.

Op basis van speciale klei uit de Amerikaans koloniën ontwikkelde hij na vele duizenden experimenten tussen 1768 en 1775 een nieuw materiaal dat hij jasperware noemde. Hij vervaardigde er zijn meest verfijnde vazen en cameeën mee.

Jasperware heeft meestal een pastelblauwe ondergrond met opgelegd, wit reliëf van klassieke figuren. De toepassingsmogelijkheden bleken legio te zijn. Wedgwood werd een begrip.

Een andere bestseller was de Portland Vaas, een reproductie van een Romeinse amfoor uit de eerste eeuw voor Christus die Wedgwood leende van de derde hertog van Portland. Drie jaar lang zwoegden Josiah en zijn medewerkers op het vervaardigen van een natuurgetrouwe kopie.

Het resultaat was ‘een wonder van imitatie’ dat vanaf 1789 de markt veroverde.

Wedgwood was een verlichte geest. Hij frequenteerde de Lunar Circle in Birmingham, waar progressieve mannen van die tijd bijeenkwamen, onder meer stoommachine-uitvinder James Watt en zijn fabrikantingenieur Matthew Boulton, maar ook de dokter en dichter Erasmus Darwin.

Ze bespraken de jongste uitvindingen, lazen poëzie, hielden beschouwingen over telescopen en microscopen, dweepten met Rousseau en voedden hun kinderen volgens diens beginselen op.

Zij ageerden tegen de slavenhandel, pleitten voor algemeen stemrecht en steunden de Amerikaanse Revolutie tegen Engeland.

Voor zijn tijd was Wedgwood ook weinig religieus bevlogen. ‘Zijn religie was het maken van perfect aardewerk,’ aldus een biograaf. In Londen was Josiah lid van de Royal Society.

In 1782 diende hij bij dit genootschap zijn uitvinding van de pyrometer in, een toestel om hoge temperaturen in ovens te meten. Voor zijn vrienden produceerde hij gratis alle mogelijke potten en retorten om hun experimenten te vergemakkelijken.

Het arbeidersdorp Etruria wordt vaak beschreven als een model, een plaats waar Josiah zijn sociale ideeën kon verwezenlijken. Hij verbeterde de huisvesting van zijn werknemers, probeerde hun werkgelegenheid te garanderen en voerde het begin van een ziektekostenverzekering in.

Anderzijds had hij weinig begrip voor rellen die uitbraken tijdens een periode van recessie in de jaren tachtig, toen Amerika zich onafhankelijk had verklaard en de Franse vloot de Britten verhinderde handel met Europa te drijven.

Het oproer werd neergeslagen en de leider werd tot de galg veroordeeld. De arbeiders stierven bij bosjes aan potter’s rot, een term die alle arbeidsrisico’s in de industrie dekte.

Loodvergiftiging bij de dippers, de mannen die het aardewerk in een mengsel van lood, kleurstof, gemalen vuursteen en klei doopten. Of chloorvergiftiging bij de werklui die zoutglazuur uit de hete ovens haalden en chloorgassen inademden.

En stoflongen kregen door het inademen van deeltjes vuursteen die als kleine scheermesjes in de tere weefsels sneden, zodat een roze schuim hen tot stikkens toe benauwde. Het idealisme van Josiah botste vaak met zijn zakelijke belangen.

Het blijft ook een beetje mysterieus hoe hij, zonder ooit tijd te hebben voor gezelligheid, bevriend bleef met zowel de intellectuelen van Birmingham als met de Londense aristocratie. Alleen voor zijn vrouw maakte hij wel tijd. Die stond bekend om haar krachtige persoonlijkheid.

Haar smaak was de norm. Wedgwood: ‘Ik spreek uit ervaring over vrouwelijke smaak.

Anders zou ik een pover figuur slaan tussen mijn potten, waarvan er niet één zonder goedkeuring van mijn Sarah wordt gemaakt.’ Ze was vaak ziek en werd gekweld door reuma. Als het even kon begeleidde Josiah haar naar een kuuroord – waar hij soms niet aarzelde om een nieuw filiaal te openen.

Anderzijds was hij niet onder de indruk van de vrouwelijke inspanningen op deze aarde.

Het gedoe rond zwangerschap en het baren van kinderen vond hij overtrokken : ‘Het veroorzaakt een soort scheiding tussen de seksen, ongetwijfeld bedoeld om indruk op ons arme mannen te maken en ons te doen geloven dat vrouwen vreselijk veel pijn lijden voor ons en hun kinderen.’

Sarah had een humeur als een donderwolk en zou hem ondanks al haar kwalen en pijnen twintig jaar overleven. Op een lijst van personeel en bezittingen op Etruria Hall, die kort voor Wedgwoods dood werd opgesteld, blijkt dat ze zeven mannelijke bedienden in dienst had, van de butler tot de tuinman.

Ze had tien paarden ter beschikking en twee wagens met twee, en twee met vier wielen.

Darwin

In 1790, toen Josiah 60 werd, droeg hij zijn zaken over aan zijn drie zonen en een schoonzoon. Geen van allen was echter zozeer aan het vak verknocht als de vader. Eind 1794 kreeg hij last van een kaakontsteking die korte tijd later zijn keel aantastte.

Zijn arts, Erasmus Darwin, gaf hem laudanum om de pijn te verzachten; meer dan hij strikt nodig had.

Op 2 januari 1795 ging Josiah slapen. Hij zei tegen zijn vrouw niet gestoord te willen worden. De volgende dag bleef zijn deur dicht. De tuinman haalde een ladder te voorschijn, klom door het raam en vond zijn meester dood in bed.

Wedgwood was geen kunstenaar. De decoratie van zijn serviezen en vazen keek hij af van klasssieke voorbeelden of waren van de hand van ontwerpers die in zijn dienst waren.

Zijn eigen bijdrage lag op het vlak van de techniek, en daarin was hij onuitputtelijk, onder de zinspreuk: Everything gives way to experiment (alles leent zich om mee te experimenteren).

Hij vond nieuwe samenstellingen van klei voor borden en vazen, voor versieringen in contrasterende kleuren op donkere ondergronden, enzovoort.

En zoals op zijn monument in Stoke-onTrent staat : ‘Hij vormde een ruig, onbetekenend handwerk om tot een elegante kunst en een wezenlijk deel van de nationale handel.’

Josiah liet na zijn dood een fortuin achter, maar met de firma ging het bergafwaarts. De oudste zoon John wilde heer en parlementslid zijn, stopte zijn geld in een bank die failliet ging en leidde een rusteloos bestaan. Josiah jr.

wou wel het directeurschap waarnemen maar dan liefst vanaf zijn landgoed en niet op Etruria. Ook Thomas, de jongste, had er geen zin in. Hij was depressief, raakte verslaafd aan opium en overleed op zijn 34ste.

Hij is de enige andere Wedgwood die in boeken over uitvinders verschijnt: als vroege voorloper van de fotografie. Hij verkreeg beelden maar kon ze nog niet fixeren.

Josiahs lievelingsdochter Susannah trouwde met de zoon van Erasmus Darwin een van de ‘Lunatics’ van Birmingham en een vriend van haar vader.

Een van haar zonen was geen ander dan Charles Darwin van The Origin of Species, die in 1809 werd geboren. Het graf van Wedgwood is nog altijd te zien op het Saint Peter ad Vincula-kerkhof in Stoke-on-Trent.