Toblerone

Zwitserse suikerbakker giet een mengsel van noga en melkchocolade in de vorm van de Matterhorn

JOHANN JACOB TOBLER (1830-1905)

Het moment suprème dateert van 1908 in de Zwitserse stad Bern. Emil Baumann had een reis naar Frankrijk gemaakt en had als presentje voor zijn Zwitserse baas, suikerbakker Theodor Tobler, een paar stukken Montélimar-noga meegebracht.

Nog diezelfde avond doken de twee mannen de keuken in om er in de kookpannen van mevrouw Tobler te experimenteren met noga-ingrediënten – amandelnoten, honing en suiker – gecombineerd met melkchocolade.

Het resultaat sloeg zo aan dat Tobler een patent moest nemen om het tegen namaak te beschermen.

Vandaag produceert het Tobler-personeel in Bern in twee ploegen dagelijks 135 ton van het goedje, omgerekend in repen van 100 gram maar liefst 283 kilometer. Ook wie Toblerone niet koopt, kent het product: driehoekige repen Zwitserse chocolade, verpakt in crèmekleurige kartonnetjes.

Tegen welke achtergrond kwam dit opvallende product tot stand ?

Vader Johann Jacob Tobler was geboren in het dorpje Wiehnacht-Tobel in het kanton Appenzell en had zich in 1868 na zeventien Franse en Duitse Wanderjahre als suikerbakker gevestigd in Bern.

Hij deed goede zaken met zijn Confiserie Spéciale, zodat hij tien jaar later naar grotere gebouwen in de Länggass-Strasse verhuisde.

Tegen het eind van de eeuw was de vraag naar de ambachtelijke chocolade van de oude Tobler zo groot dat hij samen met zijn zoon Theodor een kleine fabriek bouwde.

In 1900, op zijn 70ste, droeg hij die over aan zijn drie kinderen: Theodor, Emil en Martha, maar het was vooral Theodor die zijn stempel op de toekomst zou drukken.

Rond 1902 had de firma vijftig werknemers in dienst en had ze bij de eerste uitschrijving van aandelen een miljoen Zwitserse frank aan kapitaal vergaard. Dat maakte investeringen in de nieuwste en beste productietechnieken mogelijk, zodat het bedrijf verder kon groeien.

Einstein

Volgens de firma Tobler zelf was Theodor in 1908 bewust op zoek naar een nieuw product om zijn assortiment uit te breiden en stuurde hij zijn productiechef Baumann met opzet naar een bevriende suikerbakker in Metz om er aan bedrijfsspionage te doen.

Het is niet duidelijk of Baumann de noga meebracht om die na te maken, om die met chocolade te mengen of gewoon als souvenir. Maar Theodor wist wel dat hij een gouden vondst had gedaan.

Op 29 maart 1909 zette hij een stap die tot dusver uniek is gebleven in de Zwitserse annalen: hij nam patent op ‘een procédé voor de productie van een nieuwsoortige chocolade’. Op het kleine patentbureau in Bern werkte op dat ogenblik niemand minder dan Albert Einstein.

Voor de firma Tobler is het vandaag een aangename gedachte dat de man die later een van de beroemdste geleerden van de twintigste eeuw zou worden, misschien dit octrooi heeft goedgekeurd.

De tekst van het patent zegt onder meer : ‘Het voorwerp van de onderhavige uitvinding is een procédé ter productie van een nieuwsoortige chocolade waarbij de chocoladebrij wordt verrijkt met een gekookt mengsel van vruchten, aangevuld met honing, glucose, suiker en eiwit.

Als vruchten kunnen bijvoorbeeld amandelnoten of hazelnoten dienen.

Het procédé wordt bijvoorbeeld als volgt uitgevoerd: eerst worden amandelnoten gemengd met honing, glucose en suiker. Dit geheel wordt gekookt. Vervolgens wordt het eiwit tot sneeuw geklopt en aan de kokende massa toegevoegd.

Het koken duurt totdat het water dat in de ruwe amandelen zit, uit het mengsel is verdwenen. Vervolgens wordt dit mengsel gerold, gekoeld en geplet.

De zo verkregen stof wordt dan gekozen in de gewenste verhouding tot de chocolademassa waarvan de productie zover gevorderd is dat de toevoeging kort voor het invormen kan gebeuren.’

Volgens ingewijden komen een hele reeks specifieke fabricagegeheimen in dit patent niet eens voor. Twee ervan zijn ooit door een voormalige productiemanager in de Zwitserse pers onthuld.

Voor de honing wordt geen inheemse maar Mexicaanse boshoning gebruikt omdat deze bij sterke verhitting zijn smaak beter behoudt. Voorts wordt de noga net zoals in 1908 in koperen ketels gekookt, omdat hij daarin sneller heet wordt dan in moderne stalen recipiënten.

Die snelheid is van groot belang voor de
kwaliteit.

Matterhorn

Over de naam Toblerone, de vorm van de repen en de kleur van de verpakking doen allerlei verhalen de ronde. Theodor herinnerde zich dat in Italië nogaproducten met de naam Torrone bestonden. Van de familienaam Tobler en de noga-naam Torrone maakte hij het merk Toblerone.

Over de eigenzinnige vorm zwijgen de beschikbare documenten in het firma-archief in alle talen. Maar het verhaal dat Theodor de Zwitserse bergen en met name de Matterhorn als symbool van Zwitserland wou imiteren, klinkt aannemelijk.

Vooral de reclameaffiches met vooraan zo’n gekartelde reep en op de achtergrond de bergketen, suggereren dat verband. De edelweiss die aan het logo is toegevoegd, spreekt voor zichzelf.

Vermoedelijk speelde ook de praktische bedenking dat een gekartelde chocoladereep makkelijker in hapklare brokken kon worden gebroken, een rol. Maar het mag duidelijk zijn dat de Toblerone-reep zich van begin af aan, dankzij die vorm, opvallend van alle andere chocoladeproducten heeft onderscheiden.

De crèmekleurige verpakking met rode opdruk zou Theodor Tobler uit zijn lievelingsstad Parijs hebben gehaald. Hij was er graag te gast in de Folies Bergères waar zijn favoriete dansgroep in rood-en-crèmekleurige kostuums optrad.

De firma Tobler fuseerde in 1970 met de grote Zwitserse snoepgoedfabrikant Suchard. In 1982 kwam daar Jacobs (koffie) bij. De tabaksfabrikant Philip Morris nam in 1990 Jacobs-Suchard over.

Unilever