Hewlett-Packard

Een kleine garage in Californië werd de geboorteplaats van Silicon Valley

WILLIAM HEWLETT (1913-2001) DAVID PACKARD (1912-1996)

David Packard, van het elektronicaconcern Hewlett-Packard, werd in 1912 geboren in Pueblo, in de Amerikaanse staat Colorado. Zijn vader was advocaat, zijn moeder lerares.

In zijn boek The hp Way uit 1995, vertelt hij hoe Pueblo in zijn kinderjaren eerder de sfeer van het Verre Westen ademde dan die van een landbouwstaat in de Midwest.

Het was een ruige plek met vele gastarbeiders die aangetrokken waren door een staalfabriek en metaalgieterijen. Het had zijn bars, bordelen en gangsters. Straatgevechten en schietpartijen hoorden tot het leven van alledag. Het gezin Packard woonde aan de rand van de stad, tegen de prairie aan.

De jonge Packard kon er met zijn vrienden eindeloze zwerftochten houden.

‘Daar,’ zo schreef hij, ‘werd mijn liefde voor de natuur geboren.’ Hij was gefascineerd door alles wat met natuurkunde en wetenschap te maken had en experimenteerde er lustig op los.

Proeven met restjes buskruit uit een naburige zandgroeve eindigden met een explosie die zijn linkerhand verminkte. Een andere passie was de radio.

Tegen de tijd dat hij 12 was, stond in zijn tuin een heuse radioantenne. Op de middelbare school blonk hij uit in rugby, basketbal en atletiek. Hij was groot voor zijn leeftijd.

In een schoolwedstrijd voor de staat Colorado won hij in één wedstrijd zowel het hoogspringen, verspringen, hordenlopen als het discuswerpen: een record.

Door een toeval bracht hij in de zomer van 1929 tijdens een vakantie een bezoek aan de gerenommeerde Stanford-universiteit, bij San Francisco. Het lesgeld was er erg hoog.

Omdat zijn vader in 1929 tot curator was benoemd en de Grote Depressie net in die jaren tot vele faillissementen leidde, kon het gezin zich de kosten veroorloven.

Toch zou Dave tijdens zijn universitaire jaren altijd met bijbaantjes in zijn onderhoud voorzien.

Niet zonder trots verwees hij later naar zijn werk als hulpje van een springstofexpert, als arbeider in een steenbakkerij, als wegenbouwer – er bestaan ook foto’s waarop hij met een bulldozer in de weer is – en als leverancier van ijsblokken in de rosse buurt van Pueblo.

Stanford, waar hij in 1930 voor zijn ingenieursstudie aankwam, had een eigen radiostation waar hij in zijn vrije tijd niet was weg te slaan. Daar stuitte hij op de jonge hoogleraar Fred Terman, die hem uitnodigde ook nog diens cursussen voor radio-ingenieur te volgen.

Hij ontmoette er ook Bill Hewlett. Ze werden vrienden voor het leven.

Volgens sommige bronnen leerden ze elkaar kennen als bankzitters van het rugbyteam. Dave schrijft zelf dat Hewlett aarzelde tussen een ingenieursstudie en medicijnen en dat ze samen enkele algemene vakken volgden.

Dave : ‘Het staat vast dat de liefde die we beiden hadden voor de natuur, voor trektochten en bergbeklimmen, onze vriendschap versterkte en ons leerde het wederzijds begrip en respect op te brengen die aan de basis liggen van een vijftig jaar durende zakelijke relatie.’

Professor Terman kende in de streek alles en iedereen die iets met radio’s van doen had. Sommige bedrijfjes boekten enig succes. Hoeveel groter zouden de mogelijkheden zijn voor academici met een stevige theoretische basis, zo hield hij hun voor.

Nog tijdens de studie rijpte het plan om samen iets in die zin te ondernemen. Maar toen Dave in 1934 afstudeerde, kreeg hij meteen werk bij General Electric, aan de oostkust.

Bill studeerde verder en doctoreerde aan het vermaarde Massachusetts Institute for Technology, ook al in het oosten van het land. Met een studiebeurs van 500 dollar lokte Terman de twee vrienden in 1938 weer naar Californië.

Keukenoven

Bij het huis dat Dave en zijn vrouw in Palo Alto huurden, hoorde ook een ‘cottage’ waarin Bill onderdak vond. Daarnaast bevond zich een kleine garage, die ze meteen tot atelier omvormden. Terman zou later zeggen: ‘Als Daves auto op de oprit stond, wist ik dat ze aan het werk waren.

Als ze geen werk hadden stond de auto binnen.’ De staat Californië maakte vijftig jaar later van de garage een beschermd monument en riep ze uit tot geboorteplaats van Silicon Valley, het gebied dat vandaag meer dan vijfduizend computerfirma’s telt.

Met het doctoraal werk van Hewlett, een trillingsgenerator, richtten ze een firmaatje op. Dave was 28, Bill 27. De ongelooflijke Terman gaf hun 538 dollar uit eigen zak en trok zelf naar een bank om nog een lening van 1000 dollar te versieren.

Kerstmis 1938 pronkte het prototype in de woonkamer op de schoorsteenmantel. Ze maakten er foto’s van en ontwierpen een brochure waarin het toestel nummer 200 kreeg: ‘Om de indruk te wekken dat we al langer bezig waren.’

Bill was de technicus, de onderzoeker van de twee. Dave volgde aan de universiteit de colleges bedrijfsrecht en boekhouden.

Hij zou later meer de manager en zakenman worden, de man die de ‘hp Way’ uitdacht, een bedrijfsfilosofie met onder meer het element ‘management by walking around’, al wandelend leiding geven. Met zijn 1,93 meter zag je hem overigens al van ver aankomen.

Officieel gingen ze op 1 januari 1939 van start. Met het opwerpen van een muntstuk werd de volgorde van de achternamen beslist.

Eerder had Bill op een bijeenkomst van radio-ingenieurs een geluidstechnicus van Walt Disney ontmoet. Voor de baanbrekende productie Fantasia was hij op zoek naar acht trillingsmeters. De prijs daarvan bedroeg in die jaren 400 dollar. hp kon betere kwaliteit leveren voor 71,90 dollar.

Om dat aan te kunnen moest de beschildering van de frames wel in de keukenoven worden gebakken.

Eind 1939 bedroeg de omzet 5000 dollar. Een jaar later hadden ze tien man in dienst. Door de aanval op Pearl Harbor en de Amerikaanse betrokkenheid in de Tweede Wereldoorlog steeg het aantal militaire bestellingen spectaculair. Hewlett-Packard draaide dag en nacht.

Het aantal personeelsleden steeg tot 200 man.

In die tijd al bedachten ze een systeem waarbij elk personeelslid, van hoog tot laag, een deel kreeg van de winst. Terwijl er tijdens de oorlog in de Verenigde Staten een algemene loonstop gold, konden ze hun werknemers met deze bonussen blijven motiveren.

Op zeker ogenblik bedroegen ze zelfs 85 % van het loon. hp zou het stelsel van de winstparticipatie consequent blijven voeren. ‘Een beter verband tusen de inpanningen van de werknemers en het succes van een bedrijf is niet denkbaar,’ aldus Packard later.

Industriepark

Na de oorlog ging hp met behulp van Terman nauwere banden met de universiteit aan. Samen richtten ze een fonds op waarmee jonge afgestudeerden uit het hele land bij hp in dienst konden komen en op kosten van de firma aan de universiteit verder konden studeren.

Zo kregen ze de knapste koppen van de Verenigde Staten in dienst. De volgende zet kwam opnieuw van Terman. Omdat hij voor zijn universiteit de beste en dus de duurste professoren wou aantrekken, had hij geld nodig.

Hij kwam op het idee grote stukken grond van de universiteit aan jonge bedrijven in erfpacht te geven.

Hij plantte als het ware een industrieterrein – het eerste in zijn soort ter wereld – tegen de universitaire onderzoekscentra aan. Met het aldus verworven kapitaal haalde hij al wie naam en faam had naar Californië, weg van de rijke oostkust.

Stanford University werd binnen de kortste keren het onstuimig kloppende hart van Silicon Valley. Het hoeft niemand te verbazen dat een van de eerste bewoners van dit Stanford Industrial Park in 1954 Hewlett-Packard Company was, geleid namelijk door twee mannen die Fred Terman zelf had ontdekt.

In 1957 ging hp op de beurs. Via persoonlijke aandeelpakketten zouden de twee stichters echter altijd de controle over de onderneming behouden. In 1959 opende hp een filiaal in Genève en een assemblagefabriek in Duitsland. Vandaag is Europa goed voor meer dan een derde van de hp-omzet.

Terwijl het bedrijf spectaculair groeide (met 1778 werknemers in 1958, 9000 in 1965, 57.000 in 1980 en 105.000 in 1995, in 2001 was dit cijfer weer gedaald tot 88.500) splitsten Hewlett en Packard het geheel almaar verder in kleine entiteiten op. ‘We wilden er absoluut de sfeer van een klein bedrijf inhouden,’ zegt Dave in zijn boek.

Vanaf 1972 boekten ze enorm succes met zakrekenmachientjes, later met bedrijfs computers en inktjeten laserjetprinters. Het meest recent met de verkoop van home-computers. Ze werden de tweede grootste computerfabrikant (na ibm) van de Verenigde Staten.

De omzet steeg in 2001 tot 48,8 miljard dollar. De beurswaarde bedroeg op dat ogenblik 61 miljard dollar. De twee mannen bleven al die jaren veel met elkaar omgaan: skiën, bergbeklimmen, vissen, noem maar op.

Ze kochten samen grote veeboerderijen in de buurt van San Francisco en in Idaho, waar zij en hun gezinnen tijdens hun vrije tijd vaak te vinden waren.

Dave : ‘In het zwembad van San Felipe hebben al onze kinderen leren zwemmen.’ En toen in maart 1996 Packard op 83-jarige leeftijd een ernstige longontsteking opliep, zou de 82-jarige Bill Hewlett hem elke dag bezoeken.

Packard overleed op 26 maart 1996 in het ziekenhuis van zijn geliefde universiteit. Hewlett volgde hem vijf jaar later, namelijk op 12 januari 2001. Nauwelijks een jaar later slaagde hp-voorzitter Carly Fiorina erin hp met de computerreus Compaq te fuseren.

Ondanks een geruchtmakende juridische veldslag met Hewletts zoon Walter.

Vooruitkijkend

Hewlett en Packard werden allebei steenrijk: in 1995 werd de waarde van Hewletts aandelen op 2,7 miljard dollar geschat, die van Packard op 3,7 miljard, maar ze keerden zichzelf nooit de exorbitante lonen uit waar Amerikaanse topmanagers de laatste jaren de wereld mee verbazen.

Hun vermogen ontstond uit de dividenden, het werk.

Overigens gaven ze hun geld massaal weg. De Stanford University steunden ze in de loop der jaren met giften die 300 miljoen dollar belopen. Via een stichting gaf Packard 70 miljoen dollar voor een kinderziekenhuis dat in 1991 in Stanford openging.

Packard stopte persoonlijk ook 45 miljoen dollar in de oprichting van een onderzee-aquarium in Monterey Bay, dat inmiddels miljoenen bezoekers heeft aangetrokken. De machines om golven te veroorzaken ontwierp en bouwde Packard in zijn privé-atelier.

Bij zijn overlijden liet hij een liefdadigheidsinstelling na met een vermogen van meer dan zeven miljard dollar, de grootste van de vs.

Bij die gelegenheid werden Hewlett en Packard er in de Amerikaanse pers vooral om geprezen dat ze zich tijdens de schoksgewijze evoluties in Silicon Valley als grote firma nooit tot massale ontslagen hadden laten verleiden.

En dat hun humane en ongedwongen managementstijl voor de duizenden jonge bedrijven in de streek altijd een model was geweest. Juist om zijn managementcapaciteiten was de republikeinse Packard in de loop der jaren door verschillende regeringen als adviseur aangetrokken.

Wat niet wegnam dat hij ook tientallen democratische politici, op elk niveau, steunde, als hij vond dat hun werk belangrijk was.

Midden 1995, op hun laatste gezamenlijke ontmoeting met journalisten, waren de twee 80-jarige vrienden het erover eens dat een graduele versmelting van de domeinen van computerwetenschappen en genetische engineering niet te stuiten zou zijn. ‘Die versmelting zal de zozeer geroemde informatiesnelweg reduceren tot een detail in de geschiedenis,’ zei Packard. ‘Je krijgt een combinatie van de technologie der geïntegreerde schakelingen en die van de genetische manipulatie.

Daardoor ontstaat de mogelijkheid om genen te programmeren en in een computer in te bouwen. Ik kan me nu heel goed iets als een intelligente computer voorstellen.’ Dat waren zijn laatste publieke woorden. Zo waren ze wel, de twee oude heren. Jong of oud: altijd de blik vooruit.