Zapper

Oostenrijkse Amerikaan leerde de wereld zappen

Robert Adlert (Wenen, 4 december 1913 – Boise, Idaho, 15 februari 2007)

Op 1 februari 2007 keurde het Amerikaanse patentbureau zijn laatste patent goed, een verfijning van zijn revolutionaire aanraakscherm. Twee weken later overleed hij aan een hartstilstand. Robert Adler, de uitvinder van de zapper, was toen 93.

Binnen zijn circa tweehonderd belangrijke uitvindingen was die afstandsbediening een prulding, maar het was wel het voorwerp met het grootste aantal gebruikers.

‘Hij keek nauwelijks’, zei zijn vrouw na zijn dood, ‘het was meer een man die boeken las.’ En: ‘Hij was met zijn uitvindingen zodanig in de weer, dat hij in z’n slaap de oplossingen van zijn technische kwesties kreeg.

Dan werd hij ’s nachts plots wakker en zei: “Nu weet ik het, ik zag de oplossing in mijn droom.”’

Adler stierf in Boise, de hoofdstad van de Amerikaanse staat Idaho, maar hij werd in 1913 in Wenen geboren. Zijn vader Max Adler (1873-1937) was in de jaren twintig en dertig de bekendste marxistische socioloog van Oostenrijk, tevens hoogleraar aan de universiteit van Wenen.

Zijn moeder was arts. Robert ging een andere kant op, hij studeerde fysica en doctoreerde in 1937, het jaar dat zijn vader overleed. In maart 1938 trokken de Hitlertroepen Oostenrijk binnen – bij de beruchte Anschluss.

De Oostenrijkers gingen in die dagen nog iets harder tegen Joden te keer dan de nazi’s. Robert, niet alleen Joods maar ook nog de zoon van een bekende marxist, moest rennen voor zijn leven. Hij vluchtte eerst naar België en vervolgens naar Engeland.

In 1941 belandde hij ten slotte in de Verenigde Staten. Hier kon hij bij Zenith Radio aan de slag. Tijdens de Tweede Wereldoorlog mocht hij niet betrokken worden bij de geheime projecten van het bedrijf, omdat hij nu eenmaal een buitenlander was.

Zenith zette voor hem een klein laboratorium op waar hij onafhankelijk kon werken. En hij specialiseerde zich in apparatuur voor militaire communicatie.

Zenith legde zich in de jaren vijftig toe op televisies en de afstandsbediening ervoor. Vanaf 1950 hadden ze er eentje met de aardige naam ‘Lazy Bones’ (letterlijk: luie knoken), groot, zwaar en via een kabel met het tv-toestel verbonden.

Over zo’n kabel kon je struikelen, en dat was een risico dat de firma niet wilde dragen.

Zenith-stichter en president Eugene McDonald haatte televisiereclame en droomde van wat vandaag zappen heet. Hij riep op zekere dag 24 van zijn beste onderzoekers bijeen en gaf hun het bevel een draadloos contact uit te vinden.

Hij was onder de Eerste Wereldoorlog marineofficier geweest en toen al hadden de Duitsers met een afstandsbediening kleine boten met bommen richting vijandelijke schepen gestuurd. In de Tweede Wereldoorlog was het gebruik ervan veelvuldig geweest.

Maar radiogolven konden niet dienen, die gingen gewoon door de muur heen, naar het tv-toestel van de buurman bijvoorbeeld.

Een collega van Adler bedacht in 1955 de eerste draadloze verbinding: in het tv-toestel ingebouwde fotocellen die je met een soort zaklantaarn kon aansturen. ‘Flashmatic’ heette het systeem. Een enkel straaltje zon echter kon de programma’s in de war kon sturen.

De doorbraak kwam in 1956… van Adler. Hij had ooit een staalfabriek bezocht en was er verwonderd geweest hoe hoog de tonen van metalen staven klonken die een hard voorwerp raken. Hij bedacht een ultrasonisch geluid als signaal.

Door op een knop te drukken, bracht je een veer in beweging die tegen kleine aluminium staafjes aanklikte, die op hun beurt een geluid veroorzaakten dat door het menselijk oor niet kon worden waargenomen.

Het geluid bracht in het tv-toestel een vacuümbuisontvanger op gang. De firma noemde het ding ‘Space Command’. De wedren in de ruimte was volop aan de gang, vandaar. Het was ook een groot voordeel dat het zonder batterijen werkte.

Je kon er je tv mee aan en uit zetten, van kanaal veranderen en het geluid versterken of verzachten. In de jaren zestig veranderde Adler zijn systeem zodanig dat de ultrasonische signalen elektronisch werden verwekt.

Op die manier ging het mee tot de komst van infraroodtechnologie in de jaren tachtig.

Adler maakte snel carrière en werd directeur van de onderzoeksafdeling. Als baas van soms wel 300 onderzoekers, zoveel als bij Bell Labs, gold hij toen in de wereld van het elektronisch onderzoek als een van de invloedrijkste fysici van de Verenigde Staten.

Hij trad af in 1978 omdat vanwege de oliecrisis fors in zijn departement werd gesnoeid. Hij had geen zin om die afslanking zelf te leiden. Hij was inmiddels ook wel 65 geworden.

Nog twintig jaar werkte hij als adviseur van Zenith Electronics, tot het bedrijf in 1999 door Koreanen werd overgenomen. In die twintig jaar ontpopte hij zich tot de grote pionier van de oppervlakteakoestische golf, de SAW-aanraakscherm-technologie, die vandaag almaar belangrijker wordt.

Denk maar aan de iPhone.

Adler werd door al zijn patenten zeer vermogend. Hij had geen nazaten en stopte in zijn geliefde Chicago, waar hij zijn hele leven bleef wonen, financiële steun in musea, theaters en concertzalen. Hij was gek op de Rocky Mountains. In de zomer ging hij er mountainbiken en in de winter skiën.

Bij zijn laatst skitocht was hij 89. Na de dood van zijn eerste vrouw hertrouwde hij nog op zijn 85ste.

‘Voelt u zich niet schuldig’, vroegen Amerikaanse journalisten hem, ‘omdat door uw toedoen de Amerikanen – de couch potatoes – zo dik zijn geworden?’ Bij zo’n vraag kon hij wel boos worden. Vooral omdat hij vond dat hij zeker 150 veel belangrijker uitvindingen op zijn naam had staan.

Lieten ze hem een moderne ‘zapper’ zien, dan zei hij: ‘Ik heb geen flauw idee waarvoor al die knoppen dienen en het interesseert me ook geen zier.’

Hij was niet aangesloten op kabeltelevisie, wat in de VS ongewoon mag heten, en hij dacht dat hij ongeveer een uur per week naar tv keek. ‘Ik heb nooit de gewoonte ontwikkeld om het toestel aan te zetten’, zei hij. Hij moest natuurlijk ook de hele tijd nieuwigheden ontwikkelen.

Eén ding vond hij niet uit: een toestel om dat verdomde, alweer zoekgeraakte ‘kastje’ terug te vinden.