Bacardi

Catalaanse immigrant op Cuba tovert ruige zeeroversdrank om tot zachte rum

FACUNDO BACARDI Y MASO (1815-1886)

In vroeger tijden waren het vaak koningen en keizers die een product naamsbekendheid verleenden. Voor de Cubaanse rum van het merk Bacardi was dat al niet anders. De doorbraak kwam in 1892.

De zesjarige kroonprins van Spanje, de latere Alfonso xiii, die een zwakke gezondheid had en leed onder de smerige stank van Madrid, was geveld door een ernstige griep. ‘De koninklijke geneesheren,’ aldus de annalen, ‘waren op de hoogte van de kwaliteitsonderscheidingen die de rum had gekregen en dienden de prins een hoeveelheid Bacardi toe.

Voor het eerst sinds vele dagen viel de jongen die avond in een zachte slaap. ’s Ochtends was de kracht van de koorts gebroken.’ De koninklijke secretaris schreef de firma een brief om haar

te danken voor ‘het maken van een product dat het leven van Zijne Majesteit heeft gered.’ Bacardi, el rey de los rones, el ron de los reyes (Bacardi, de koning van de rum, de rum van koningen) kon je geen loze reclameslogan noemen.

Vreemd was alleen dat Emilio Bacardi, de eigenaar van de firma, als leider van een opstand tegen de koning al vier jaar gevangen had gezeten, overigens niet voor het laatst. De Bacardi’s vochten namelijk op Cuba voor de onafhankelijkheid van hun eiland.

Facundo Bacardi y Maso, stichter van de dynastie en vader van Emilio, was in 1830 als vijftienjarige jongen vanuit Sitges in Catalonië op Cuba beland. Hij maakte deel uit van een immigratiegolf die er het aantal inwoners in honderd jaar tijd van 130.000 tot 1,3 miljoen deed aangroeien.

De Spaanse kolonisten waren aangetrokken door de suikerrietindustrie die met de inzet van zwarte slaven floreerde. Rond 1860 kwam een derde van ’s werelds suikerproductie uit Cuba. De Bacardi’s streken neer in Santiago, een havenstad aan de zuidoostkust van het eiland.

Door de inwijking van Franse kolonisten, gearriveerd na een slavenopstand op het nabijgelegen Santo Domingo, ademde de stad ook een vleugje Franse levensstijl, gevoed door balletscholen, een kunstacademie, een theateren een operagezelschap.

Rum

De oudere broers van Facundo hadden er een ijzerwinkel geopend waar hij als jongen aan de slag kon. Later zette hij een eigen zaak op, onder meer voor de import van Franse wijnen. In 1843, toen hij 27 was, trouwde hij met Amalia Moreau, een santiaguera van Franse origine.

Ze zouden zes kinderen krijgen van wie er vier aan de basis liggen van de huidige Bacardi-stamboom.

Bij Facundo kon je ook rum kopen van de Engelsman John Nuñes, die in Santiago een kleine distilleerderij had opgezet. De productie van rum lag voor de hand omdat de drank wordt bereid uit melasse, de stroperige massa die bij suikerbereiding overblijft.

En aan melasse was er op Cuba geen gebrek. De stroop werd met water verdund en door toevoeging van gist gefermenteerd. Als de gisting te traag verliep ‘werd een dood dier of een groot stuk vlees’ in de onwillige kuip gestopt.

Rum was op dat ogenblik nog een primitieve, vaak dodelijke drank van zeerovers, matrozen en arbeiders.

In 1862 deed Nuñes zijn distilleerschuur met zinken dak in de Calle Matadero van de hand. Voor 3500 pesos namen Facundo, zijn broer José en een Franse wijnhandelaar op 4 februari 1862 het zaakje over.

Volgens de Bacardi-mythologie ontwikkelde Facundo een ‘geheime formule’ voor een nieuw type rum, zachter en verfijnder dan die van de Caribische buren. Het geheim zat vooral in een distilleeren verwerkingsproces waarbij rum van verschillende leeftijd en herkomst werd gemengd.

Dubbele distillatie en een rijpingsproces in eiken vaten, waarin dan weer een chemische interactie tussen de alcohol en het hout plaatsvond, deden de rest.

Revolutie

Op het ogenblik dat Facundo rum begon te distilleren was Cuba de laatste Spaanse buitenpost van Latijns-Amerika. De strijd voor onafhankelijkheid kon ook hier niet uitblijven. Een staatsgreep tegen de Spaanse koningin in 1868 deed op Cuba het revolu-
tionaire vuur ontbranden. Het centrum van de opstand was uitgerekend Santiago, de tweede stad van het land, ver van de hoofdstad Havana verwijderd.

Vader Facundo was een Spanjaard van geboorte en bleef zijn vaderland trouw, maar zijn kinderen waren creolen, geboren op Cuba, en wilden onafhankelijkheid. Vooral Facundo’s oudste zoon Emilio was erg actief in het verzet.

In 1877 liet de 62-jarige stichter de zaak over aan zijn oudste zonen, Emilio en Facundo jr. Wat niet belette dat de twee hun opstandige activiteiten voortzetten. In 1879 werden ze allebei gearresteerd. Emilio verdween voor de duur van vier jaar in een Spaanse gevangenis in Noord-Afrika.

Revolutieleider Emilio Bacardi

Op 9 maart 1886, 71 jaar oud, overleed Facundo Bacardi y Maso. Tussen de afbeeldingen die het Bacardi-imperium koestert, bevindt zich ook een portret van hem: een man met een hoekig gezicht met vastberaden trekken om de mond. Jammer genoeg is het pas vele jaren na zijn dood getekend.

Over zijn persoon zijn weinig gegevens bewaard gebleven.

De revolutionaire ambities van zijn zonen keurde hij af, maar hij liet hen begaan. Volgens de mondelinge overlevering was hij een zwijgzame, zeer formele man. Nooit verscheen hij in het openbaar zonder hoge boord, manchetten en glimmende zwarte schoenen.

Zelfs zijn kinderen zagen hem nooit in hemdsmouwen. Het sterkste beeld dat zijn zonen bijbleef was dat van een vader die bij zijn thuiskomst, in afwachting van het avondeten, diep in gedachten verzonken in de patio liep te ijsberen.

Cuba libre

Ook bij de inval in 1895 van Cubaanse revolutionairen onder leiding van de vermaarde dichter José Martí, speelde zoon Emilio een grote rol. Hij werd opnieuw gearresteerd en naar Noord-Afrika overge-bracht.

Spanje beging de fout een schip te kelderen dat de Verenigde Staten gestuurd hadden om de Amerikaanse burgers op Cuba te beschermen. Het incident bracht de Amerikanen op de hand van de revolutionairen. Samen behaalden ze in 1898 de overwinning op Spanje.

Cuba was onafhankelijk. Santiago onthaalde de vrijgelaten Emilio Bacardi als een held. Hij werd meteen burgemeester van de stad. En de Amerikaanse bevrijders brachten Coca-Cola mee, hun nationale drank.

Volgens de legende stapte een Amerikaanse luitenant op een hete middag in augustus 1898 binnen in wat toen in Havana een ‘Amerikaanse bar’ heette. Hij had zich net een slok rum, uiteraard Bacardi, besteld, toen hij aan het andere einde van de bar bevriende officieren met een Coca-Cola zag staan.

Hij besloot de twee drankjes te klutsen en doopte het mengsel Cuba libre, ter ere van de pas bevochten vrijheid van het land.

Fidel Castro

In de kleine honderd jaar die volgden, hadden de Bacardi’s veel geluk of wisten ze tegenslag in fortuin om te buigen: wegens de zachtere kwaliteit was Bacardirum het meest geschikt voor de cocktails die rond de eeuwwisseling in de Verenigde Staten populair werden.

Tijdens de Amerikaanse Drooglegging – geheel verbod op de verkoop van alcohol – was de rum uit Cuba ideale smokkelwaar. En toen het verbod in 1933 na veertien jaar werd opgeheven, stond Bacardi weer vooraan in de rij.

Voor zijn revolutie, eind jaren vijftig, kon Fidel Castro aanvankelijk rekenen op de financiële steun van de Bacardi’s. Ze betaalden zelfs de begrafenis van de eerste gesneuvelde barbudos.

Niettemin werden in 1960 in het kader van de communistische staatseconomie ook de bezittingen van de firma Bacardi – toenmalige waarde 76 miljoen dollar – verbeurd verklaard.

De familie verspreidde zich over een hele reeks naburige landen, wat de internationale doorbraak van de glasheldere drank alleen maar bespoedigde. Als ballingen waren zij gedwongen zich meer internationaal te oriënteren.

Opnieuw had onheil fortuin opgeleverd. ‘Waar zouden wij staan zonder Fidel Castro?’ zo zeggen de Bacardi’s vandaag ironisch.

Zo’n 60 à 70% van de rum die vandaag over de hele wereld wordt verhandeld, is Bacardi. De jaaromzet van de 13 Bacardi-firma’s, waarin meer dan vijfhonderd nakomelingen van stamvader Facundo aandelen bezitten, wordt op meer dan een miljard dollar geschat.

Per jaar gaan circa 264 miljoen flessen of meer dan 180 miljoen liter de deur uit.

Bacardi is daarmee veruit het grootste sterke-drankmerk ter wereld, voor Martini (135 miljoen liter), Smirnoff (133 miljoen liter), Pastis Ricard (67 miljoen liter) en Johnnie Walker (60 miljoen liter). In 1992 verwierf Bacardi voor 1,4 miljard dollar een meerderheid in Martini & Rossi.

Alleen op hun geliefde Cuba, hun bakermat, krijgen de Bacardierfgenamen – gezamenlijk vermogen volgens het economisch weekblad Forbes 1,5 miljard dollar – geen voet aan de grond.

In naburige plaatsen zoals Miami, Puerto Rico, de Bahama’s, de Bermuda’s en Mexico wachten ze geduldig op de ondergang van de man die hen van hun eiland heeft verdreven en die ze haten tot in het diepst van hun ziel: Fidel Castro.

In zijn recent verschenen ‘Bacardi Rum’ besteedt de Colombiaanse journalist Hernando Calvo Ospina bijna tweehonderd bladzijden aan de anti-Cubaanse politieke activiteiten van de Bacardiclan.

Wie van hen zal lang genoeg leven om nog rond te kunnen wandelen in de straten van Santiago de Cuba en op bezoek te gaan in de Calle Matadero, waar Facundo Bacardi y Maso in een keet met zinken dak voor het eerst zijn geheime formule toepaste?

De vleermuis

Het vleermuissymbool dat alle flessen Bacardi siert, dateert uit de oertijd in de Calle Matadero. Volgens de ene versie huisde er een kolonie vleermuizen in de distilleerderij toen Facundo ze overnam.

Volgens een andere woonden de vleermuizen niet in het schuurtje maar buiten in een boom en streken ze ’s nachts met veel gedruis van hun vleugels in de keuken neer om te snoepen van de zoete melasse die als basis diende voor de rum.

Of misschien klopt het verhaal dat de Bacardi’s nog voor ze de zaak overnamen, de rum van John Nuñes in hun kleine warenhuis verkochten in kruiken waarin oorspronkelijk Spaanse olijfolie met een vleermuishandelsmerk had gezeten.

Zodat de klanten naar de ron del murciélago vroegen, de rum van de vleermuis. In de Spaanse cultuur is de vleermuis overigens ook een geluksbrenger.