Wetenschapsshow

De stunt met de vacuümbollen en de trekpaarden

Otto von Guericke (Magdeburg, 20 november 1602 – Hamburg, 11 november 1686)

Het is inmiddels meer dan 350 jaar geleden dat de burgemeester van het Duitse Maagdenburg met een van zijn bekendste populairwetenschappelijke vertoningen begon. Otto von Guericke nam daarvoor twee kogelhelften gemaakt van koper en brons. Ze hadden elk een doorsnee van 70 centimeter.

Bij middel van een dichting vormde hij de twee helften om tot een grote bol. Met een speciaal pompje zoog hij eerst de lucht uit die bol.

Vervolgens trok hij touwen door de ringen die aan de bol vastzaten en liet hij twee paarden trekken om ze uit elkaar te halen. Geleidelijk voerde hij het aantal paarden op, van vier naar zes en zo voort tot hij het getal achttien bereikte.

Soms waren 24 paarden nodig om de bol uit elkaar te laten knallen. Van Guericke bewees op die manier dat er zoiets als luchtdruk bestond en dat de mens wel degelijk zelf een vacuüm kon creëren. En dat was evolutionair.

Zijn eerste grote vertoning vond in 1654 plaats op de Rijksdag in Regensburg, in aanwezigheid van de grote keurvorst Friedrich Wilhelm van Pruisen nog wel. Later bleef hij die demonstratie op het erf van zijn huis in Maagdenburg herhalen voor hoge heren.

Von Guericke leefde nog dertig jaar, en dertig jaar zou hij de wereld met talloze wetenschappelijke demonstraties verbazen. Zo is hij meteen ook de uitvinder van de wetenschapsshow.

Biografen die zich over het leven van Von Guericke buigen, hebben zich altijd afgevraagd waar hij in godsnaam de tijd vandaan haalde. Von Guericke was namelijk in de eerste plaats een politicus in moeilijke politieke tijden. Hij leidde een druk bestaan.

De beoefening van de natuurwetenschappen, waarmee hij grote roem zou oogsten, was niet meer dan een hobby.

Otto von Guericke werd als zoon van een welgestelde familie in 1602 in Maagdenburg geboren. Zijn vader was gezant van de Poolse koning geweest en had daar een adellijke titel aan overgehouden.

Vanaf zijn vijftiende kreeg Otto de universitaire opleiding die hem op een politieke loopbaan moest voorbereiden. De laatste etappe daarin was het Nederlandse Leiden, in die tijd de modernste universiteit van Europa.

In 1631 werd zijn mooie Magdeburg door katholieke troepen met de grond gelijkgemaakt.

Duizenden inwoners vonden daarbij de dood. Von Guericke kon met zijn gezin ternauwernood ontsnappen en vond onderdak bij de Zweedse koning. Toen het tij keerde en Maagdenburg weer kon worden opgebouwd, werd hij tot burgemeester van de stad benoemd.

Jarenlang was hij op reis om via vredesonderhandelingen stedelijke privileges in de wacht te slepen. Met dat doel verbleef hij bijvoorbeeld langere tijd in Neurenberg, dan in Wenen, vervolgens in Praag.

In 1654 verscheen hij op de Rijksdag in Regensburg, de plaats waar hij en passant ook nog zijn bollenstunt ten beste gaf.

Pas op zijn 76ste, na dertig jaar dienst, ging hij als burgemeester met pensioen. Even later brak de pest uit in de stad zodat hij naar zijn zoon in Hamburg vluchtte. Daar overleed hij in 1684, 82 jaar oud. Zijn lijk werd per schip over de Elbe naar huis gebracht; daar ligt hij in de dom begraven.

In een boek dat op hij zijn zeventigste publiceerde, legde hij omstandig uit hoe hij door het fenomeen luchtdruk gefascineerd raakte, en hoe hij het aan boord legde om het bestaan van het vacuüm, het luchtledige, te bewijzen.

Algemeen werd in die dagen aangenomen dat het luchtledige niet bestond, dat het niet kon bestaan. Met vallen en opstaan voerde hij vele honderden experimenten uit. Hij probeerde het eerst met water uit een ton te pompen, maar altijd weer stroomde er lucht door de kieren.

Dan deed hij een poging met een vaatje in het grotere vat te stoppen en ga zo maar door. Totdat hij op het idee kwam met een speciale pomp de lucht direct uit een bol te halen.

Hij bestudeerde ook hoe een mus zich gedraagt als ze langzaam zonder lucht komt te zitten. ‘Eerst hapte ze naar adem’, schreef Von Guericke, ‘dan stond ze even stokstil en toen viel ze om.

Dit bewijst dat het dier zich door gebrek aan lucht niet meer kon bewegen, waardoor het leven dat zich in het hart bevindt, gewoon gedoofd werd.’

Even spectaculair als met zijn koperen bollen toonde hij aan dat de atmosfeer op de aarde drukt. Op de top van een 10 meter hoge buis zette hij een luchtledig vat. Dan stopte hij het onderste van de buis in een bak met water.

Vervolgens liet hij de lucht uit de buis in het luchtledige vat bovenaan stromen. En zie daar, het water uit de bak werd in de buis omhoog gedrukt. De luchtdruk drukte het water naar boven.

Zo ontdekte hij ook het verband tussen de luchtdruk en het weer. In 1660 bewees hij als eerste in de geschiedenis dat een plotselinge daling van de luchtdruk de komst van onweer aankondigt.

Zodat Otto van Guericke ook de vader van alle meteorologen mag worden genoemd. ‘Aan experimenten’, schreef hij, ‘moet je meer belang hechten dan aan het oordeel van de domheid, die altijd vooroordelen tegenover de natuur zit te verzinnen.’ Wie deze wonderbaarlijke man wil ontmoeten, vindt hem in zijn geliefde Maagdenburg.

Sinds 1907 zit hij er levensgroot op een sokkel met aan zijn linkervoet zijn Maagdenburgse halve bollen.