Voicemail

Eerste voicemail kostte 180.000 dollar

Gordon Matthews (Tulsa, Oklahoma, 26 juli 1936 – Dallas, 23 februari 2002)

Gordon Matthews, de uitvinder van de voicemail, werd in 1936 geboren in Tulsa, Oklahoma. Hij studeerde technische natuurkunde en werd in navolging van zijn vader en oom piloot bij de marine. Daar ontdekte hij zijn eerste behoefte om praktische zaken uit te vinden.

Een goede vriend botste midden in de lucht met een ander toestel toen hij de stuurknuppel losliet om met de hand een andere radiozender te zoeken.

Althans, zo dacht Matthews dat het gebeurd moest zijn. Toen hij na zijn militaire dienst bij IBM ging werken, bedacht Matthews een systeem waardoor vliegers bepaalde taken met hun stem konden regelen, zonder te worden afgeleid.

Dit was de eerste van 35 uitvindingen waarop hij een patent nam en die de basis zouden vormen voor zijn eigen bedrijf. Van IBM verhuisde hij eerst nog naar Texas Instruments en in 1979 waagde hij het op eigen krachten.

In die dagen werkte het hem vreselijk op de zenuwen dat hij, als hij naar zijn kantoor belde, vanwege het tijdsverschil niemand meer op kantoor vond. Dat zette hem aan het denken.

Zelf vertelde hij altijd dat hij op zekere dag in een vuilnisbak een stapel notitiebriefjes had ontdekt die personeelsleden voor elkaar schreven als een van hen bij een binnenkomende telefoon niet aanwezig was. ‘Dit is waanzinnig’, mijmerde de ingenieur. ‘Grote bedrijven springen met die telefoongesprekken wel erg slordig om.’

Na lang knutselen en experimenteren verwierf Matthews in 1979 patent op zijn voicemail. De uitwerking ervan had veel voeten in de aarde. Hij rustte een telefooncentrale uit met computerchips. Die vertaalden het geluid van de menselijk stem in nullen en enen.

Die werden digitaal opgeslagen zodat een ingesproken boodschap op elk moment kon worden afgeluisterd. Zijn vrouw Monica sprak de eerste boodschap in. Matthews had om te starten 64 telefoontoestellen nodig, 114 microprocessoren van Intel en vier harddrives, elk zo groot als een koelkast.

De opslagcapaciteit bedroeg 20 uur. De prijs van de investering liep op tot 180.000 dollar. Tien jaar later was dat minder dan één tiende.

De firma’s die Matthews aanzocht, vonden het eerst maar niks. Zijn eerste voicemailtoestel verkocht hij in 1980 aan 3M, het bedrijf dat toen net met zijn gele notitieblaadjes, een andere manier om te communiceren, in Amerika furore maakten.

General Electric, Shell en Intel volgden korte tijd later.

Matthews was niet alleen een knappe uitvinder maar ook een gewiekste zakenman. Hij wist zijn patent goed te beschermen en verdiende in een paar jaar tijd een fortuin. Zodat hij in 1989, 53 jaar oud, makkelijk van zijn rente kon leven.

Hij verkocht zijn firma omdat, naar eigen zeggen, de markt sneller groeide dan hij zijn firma kon doen groeien. Hij stortte zich op het fokken van dobermanns en hij bracht veel tijd door op het golfterrein. Maar ook daar liet het uitvinden hem niet los.

Hij bedacht een hightech apparaat dat de voortgang van een karretje op het golfterrein kon volgen. Groepjes golfspelers die door hun getreuzel het spel van anderen ophielden, konden daarmee door de beheerder tot de orde worden geroepen.

Na vier jaar honden kweken en golf spelen keerde hij enthousiast naar het bedrijfsleven terug. Zei een vriend: ‘Matthews stelde altijd de juiste vragen.

Hij kon rondlopen met 25 totaal waanzinnige ideeën, maar kwam dan opeens met een geweldige vondst op de proppen.’ Hij geloofde rotsvast dat iedereen goede ideeën kon hebben en dat bazen alleen maar slim genoeg moesten zijn, om ze bij hun werknemers los te maken.

Matthews vond het wel triest dat een mens kon terechtkomen in de ‘voicemail-gevangenis’, de ‘voice-mail-jail’, waarbij je als een gek het ene nummer na het andere intikt zonder je bestemming te bereiken of te eindigen met de ontvangst van een onnozele boodschap.

Hij had zijn systeem ontwikkeld opdat mensen met een drukke baan geen telefoontje zouden missen, en wat bleek: veel Amerikanen gebruikten de voicemail om zich de opbellers van het lijf te houden. ‘Door velen word ik geliefd, door velen gehaat’, zei Matthews.

Hij was nauwelijks 65 toen hij in 2002 in een hotel in Dallas onverwachts aan een hartaanval overleed.