Vliegtuig

De eerste vlucht van twee excentrieke fietsenmakers

Wilbur Wright (Milville, Ohio, 16 april 1867 – Dayton, Ohio, 30 mei 1912)
Orville Wright (Dayton, Ohio, 19 augustus 1871 – Dayton, Ohio, 30 januari 1948)

Nabij het vissersdorpje Kitty Hawk, een afgelegen plek aan de kust van North Carolina, gooiden twee mannen meer dan honderd jaar geleden kruis of munt om uit te maken wie er het eerst mocht opstijgen. Wilbur, de oudste van de broers Wright, won.

Op die 14de december 1903 klapperde hij 3,5 seconde door de lucht en stortte dan neer. Vier dagen later was de tweedekker weer opgekalefaterd voor een nieuwe poging.

Om 10.30 uur legden de gebroeders Wright in de ijskoude wind de looprails uit. Vijf man uit het vissersdorp manoeuvreerden de ‘Flyer’ op de rails. De motor van 12 pk begon te knetteren en nu was Orville aan de beurt. Hij ging op zijn buik in het onderste draagvlak van de tweedekker liggen.

Om 10.35 uur vertrok de Flyer. Broer Wilbur kon makkelijk langs de vlieger oplopen. Het tuig behaalde met zijn twee door fietskettingen aangedreven propellers nauwelijks 10 kilometer per uur.

Orville rammelde wat met het hoogteroer en daar steeg de dubbeldekker drie meter de hoogte in; 35 meter verderop landde hij in de duinen.

Het handvol half bevroren, bevoorrechte getuigen juichte: voor het eerst in de geschiedenis van de mensheid had een machine op eigen kracht met een mens aan boord een vlucht gemaakt. Zij het dan een heel kleintje.

Die dag stegen de broers nog drie keer op, waarbij ze al een afstand van 256 meter bereikten. In het jaar 1904 maakten ze 105 vluchten. In 1905 konden ze een afstand van 45 kilometer overbruggen.

Wilbur en Orville Wright waren op het ogenblik van hun eerste succes respectievelijk 36 en 32 jaar oud. Ze werden in Dayton, Ohio, geboren als zonen van een bisschop van de hernhutters, ook wel moravische broeders genoemd.

Orville schreef later: ‘We hadden het geluk op te groeien in een omgeving die kinderen zeer stimuleerde om zich intellectueel te ontwikkelen, om alles te onderzoeken wat hun nieuwsgierigheid wekte.

Ons huis telde twee bibliotheken: een met theologische werken in vaders studeerkamer en een grote voor algemene vorming in de woonkamer.’

Toch maakten ze geen van beiden hun middelbare studie af. Wilbur was bijna klaar voor de universiteit toen bij het ijsschaatsen een hockeystick hard tegen zijn hoofd vloog.

Hij verloor acht tanden, kreeg een ontsteking die niet wou genezen, vertoonde vreemde hartkloppingen en viel in een diepe depressie. Vier jaar bracht hij door aan het ziekbed van zijn moeder, die in 1889 aan tuberculose stierf.

Eerst zetten de twee broers een drukkerijtje op, waar ze zelfs een krant drukten; enkele jaren later namen ze daar ook een fietsenwinkel bij. En vervolgens begonnen ze die fietsen zelf te produceren.

In de jaren negentig van de negentiende eeuw waren in West-Europa en de Verenigde Staten honderden uitvinders met vliegtuigjes in de weer. Bij een van zijn zweefvliegtesten kwam de Duitse ingenieur Otto Lilienthal in 1896 om het leven, een ongeval dat internationaal veel aandacht kreeg.

Wilbur Wright las alles over het vliegen wat hij in handen kon krijgen. Hij probeerde uit de fouten van de anderen te leren en vooral met zweefvliegen ervaring op te doen.

Vanaf 1900 waren de Wrights af en toe een paar weken in het onherbergzame Kitty Hawk terug te vinden.

Ze gingen systematisch te werk en bouwden thuis een windtunnel waarin ze elk onderdeel afzonderlijk uittestten: de beweegbare vleugels, het hoogteroer, de propellers, of verschillende soorten brandstof.

Toen ze in de winter van 1903 weer naar North Carolina trokken, wisten ze dat theoretisch alles klopte.

De buitenwereld reageerde argwanend op hun succes. Vooral de gevestigde wetenschapslui konden niet geloven dat twee onnozele fietsenmakers uit Ohio de hele wetenschappelijke wereld hadden verslagen.

Maar de twee vreemde broers – die ongetrouwd bleven en uitsluitend vlogen in kostuum, gesteven kraag en stropdas – lieten zich de kaas niet van het brood halen. Ze reisden in 1908 en 1909 naar Europa en gaven er demonstraties voor koningen en keizers.

Ze hadden bij die gelegenheid ook hun geheime wapen mee, hun jongere zusje Katherine, die net dat mondaine tikkeltje charme bezat dat haar broers mankeerden.

Wilbur was wel degelijk de knapste kop van de twee, maar nog voor hij het verhaal van hun uitvindingenavontuur netjes op papier kon zetten, stierf hij in 1912 plotseling aan tyfus. En Orville liet bij zijn dood in 1948 alle documenten verbranden.
Vier Amerikaanse wetenschappelijke teams probeerden in 2003, honderd jaar na datum, met een budget van miljoenen dollars het eerste vliegtuigje te reconstrueren.

De eerste oerFlyer staat weliswaar in een museum in Washington, maar waar vond je de bijzondere stof voor damesondergoed waarmee de broers het skelet van hun tweedekker omwikkelden? Wie wist nog welke soorten brandstof ze voor hun kleine motor hadden bijeengeklutst?

Hoe kon je in hemelsnaam vliegen met een hoogteroer vooraan en twee propellers achteraan op het toestel? De knapste vliegtuigingenieurs stonden voor vele raadsels
.
Dat het interieur van een jumbojet honderd jaar na datum langer is dan de schamele 35 meter die ze op hun eerste vlucht aflegden, dat hadden de twee fietsenmakers uit Dayton nog moeten meemaken.