Videospel

Bedacht op een zomerdag in een bushokje in New York

Ralph H. Baer (Pirmasens, 8 maart 1922)

Voor het eerst sinds lang was Ralph H. Baer midden 2007 in Duitsland op bezoek: ‘Ik heb me nooit kunnen voorstellen hoe ik zou moeten samenleven met de mensen die mijn vaders familie hebben uitgemoord’, zei hij. Op de videogame-academie van Berlijn was hij in die dagen de grote held.

Want hij, Ralph Baer, was het die in 1966, lang voor gamepionier Nolan Bushnell Atari stichtte, het videospel voor het televisiescherm uitdokterde en op de markt hielp brengen. Zijn firma won achteraf alle patentoorlogen omdat Baer zo goed gedocumenteerd was.

‘Luister niet naar je moeder en gooi je oude aantekeningen niet weg’, was zijn goede raad aan de jongelui van de academie. In 2006 kreeg hij van de Amerikaanse president George W. Bush de National Medal of Technology.

Samen met Steve Wozniak, medestichter van Apple-computer, stond hij op het podium: de ultieme erkenning.

Baer, eerst nog Hermann Rudolf Bär geheten, stamt uit het Duitse Pirmasens, niet ver van de Franse grens, waar zijn vader in de schoenindustrie werkte.

Hij ging naar school in Keulen en kon van daaruit in 1938, drie maanden vóór de Kristallnacht-pogrom, via Nederland naar de Verenigde Staten vluchten.

Hij studeerde voor radiotechnicus, diende van 1943-1946 in het Amerikaans leger in Europa en hoorde in 1949 bij de eerste lichting tv-ingenieurs die in Chicago afstudeerde.

Hij specialiseerde zich in alles wat met radar te maken had en kon vanaf 1956 bij de wapenfabrikant Sanders Associates aan de slag. Hij werd het hoofd van acht departementen op het vlak van het ontwerp van elektrische uitrusting, later van lasersystemen.

Maar het was in augustus 1966 dat hij, 44 jaar oud, wachtend in een New Yorks bushokje, de ingeving kreeg dat je met de 60 miljoen televisieschermen die Amerika toen telde, nog wat anders kon doen dan tv-kijken. Het grootste deel van de dag stonden ze – althans toen nog – onbenut.

Hij bracht gewoon zijn kennis van radar en televisie bij elkaar. Hij wist ook meteen wat zijn gadget zou moeten kosten: 19,50 dollar.

Op 1 september 1966 schreef hij op vier velletjes papier zijn plan uit, de velletjes die hij zo goed zou bewaren. Op 7 mei 1967 speelde hij met een vriend zijn eerste spelletje op het tvscherm – en hij verloor.

Op 1 oktober kon hij tafeltennis, volleybal, football en schietspelletjes demonstreren, daarbij gebruikmakend van filters die over het scherm moesten worden gelegd.

Zo zie je bijvoorbeeld hoe op een zwart beeldscherm een helder vierkantje door twee spelers met beweeglijke lichtbalkjes van de ene kant naar de andere kan worden geschoven. Mist een van de spelers met zijn balk het bewegende vierkantje, dan krijgt de andere speler een punt.

Later voegde hij er bijvoorbeeld hockey aan toe, kat-en-muis, ski, roulette, ‘het spookhuis’ en ‘de onderzeeër’.

Tegen 1970 besloot de tv-producent Magnavox de ‘Brown Box’ van Baer op de markt te brengen. Bij een demonstratie op een beurs in Californië in mei 1972 speelde niemand minder dan Nolan Bushnell – de stichter van Atari, de uitvinder van Pong – het spel.

Bushnell ging meteen op eigen houtje aan de slag en kwam in november al met zijn vermaarde Pong (‘pingpong’ was al gepatenteerd) voor de dag, toen nog om met invoering van muntstukken in een speelhal te spelen. Maar de Magnavox Odyssey van

Baer, het videogame voor thuis op televisie, was wel degelijk het eerst.

Magnavox verkocht er dat jaar 1972 nog 100.000 stuks van. Van 1973 tot 1975 nog eens 350.000. De Pong-thuisconsole van Atari kwam pas in juni 1975 op de markt. Bushnell moest wegens patentinbreuk aan Baers firma 700.000 dollar schadevergoeding betalen.

Nu ja, Bushnell had bij zijn eerste Magnavox-oefening op de Californische beurs in 1972 vrolijk het gastenboek getekend!

Magnavox echter pakte de marketing slecht aan.

Je kon de Odyssey exclusief in Magnavox-winkels kopen, waardoor de indruk ontstond dat je ze alleen op Magnavox-tv-toestellen kon spelen, wat niet klopte. En de nieuwe dingen waren vreselijk duur: 100 dollar voor het kistje met 6 circuitkaarten.

Vijf keer duurder dan Baer oorspronkelijk had gedacht. Tegen 1975 was het met Odyssey afgelopen. Hoewel de patentoorlogen met Atari en Nintendo voor Baers bedrijf nog meer dan 100 miljoen dollar opleverden.

In 2006 publiceerde hij zijn memoires: Videogames – In the beginning.

Tijdens zijn bezoek aan de Berlijnse videogame-academie kon de kleine, oude man bij het zien van zo veel jonge mensen die videogames ontwikkelden, ten volle genieten van zijn uitvinding. ‘Als de tijd voor een idee rijp is, kan het tegelijkertijd overal ter wereld opduiken; ik heb geluk gehad’, zei hij bescheiden.

De wereldgame-industrie is vandaag groter dan de filmindustrie. ‘Denk eraan: “You have to be tough”’, zo hield hij de studenten voor.

(Zie ook: Wii, personal computer)