Veiligheidsgordel

De autogordel komt uit een Zweeds vliegtuig

Nils Ivar Bohlin (Härnösand, 17 juli 1920 – Tranäs, 21 september 2002)

De driepuntsveiligheidsgordel in de auto is een uit- vinding van de Zweedse ingenieur Nils Ivar Bohlin. Hij was in dienst van autoconstructeur Volvo toen hij in 1958 zijn patent verwierf. Zeker in de autosport is de gordel zo oud als de auto zelf.

Maar het gebeurde altijd weer dat roekeloze coureurs die zonder gordel reden aan een ongeval geen schrammetje overhielden, terwijl anderen, die goed vastgesnoerd zaten, onder hun kantelende auto de dood vonden. Was een gordel nu een vloek of een zegen?

Sommige merken, Porsche bijvoorbeeld, hadden in de jaren vijftig al een optio- nele heupgordel, een tweepunts. Andere wilden van een gordel niet weten omdat de riem suggereerde dat hun auto niet veilig was.

Bohlin studeerde in zijn geboortestad Härnösand na de middelbare school twee jaar mechanica. Hij vond eerst werk bij de Zweedse luchtmacht en vanaf 1942 bij de vliegtuig- bouwer Saab (Svenska Aeroplan Aktiebolaget). Tussendoor studeerde hij luchtvaartgenees- kunde en ergonomie.

Dat kwam hem goed van pas toen hij vanaf 1955 bij Saab de leiding kreeg over de ontwikkeling van schietstoelen en systemen om piloten uit supersonische vliegtuigen te redden.

Nadat een van zijn familieleden in 1957 bij een auto-ongeval om het leven was gekomen, wilde Volvo-directeur Gunnar Engelau de veiligheid van zijn auto’s verbeteren. Met dat doel voor ogen haalde Engelau in 1958 Bohlin bij Saab weg.

Als hoofd van de afdeling veiligheid richtte Bohlin onderzoeksteams op om ongelukken met personenauto’s en vrachtwagens te analyseren. De jaren tussen 1959 en 1969 waren voor het werk van Bohlin cruciaal. Zoals alle autofabrikanten liet Volvo permanent allerlei crashtests uitvoeren.

Daarbij bleek dat de tweepuntsheupgordel absoluut niet voldeed. De passagier werd met het bovenlichaam tegen het stuur en het dashboard geslingerd. Het eerste alternatief – een tweepuntsgordel schuin over de borst en over één schouder – voldeed bij de crashes al evenmin.

De gordel zat boven het zwaartepunt van het lichaam. Bij een botsing gleed de passagier onder de gordel uit. De riem sneed hem in de keel of in het gelaat, als hij al niet werd onthoofd.

Op basis van zijn ervaring met piloten in hun cockpits kwam Bohlin op het idee de twee gordels te combineren in een driepuntsgordel. In augustus 1959 rustte Volvo een PV 544 als eerste auto ter wereld met de driepunter uit. Aanvankelijk alleen voor de binnenlandse markt, na 1963 ook voor de export.

Maar de Amerikaanse auto-industrie bestreed de Zweed- se nieuwigheid te vuur en te zwaard. Bohlin reisde naar de Verenigde Staten om te kijken wat er aan de hand was. Daar bleek dat de Amerikanen voor hun tests een totaal ander soort poppen gebruikten.

Volvo liet voor Bohlin in Denemarken een compleet nieuwe testsite bouwen, alleen maar om te bewijzen dat hun poppen levensechter waren, meer geleken op het menselijk lichaam.

De Amerikanen gaven niet toe. Nieuwe testen lieten zien dat de gordels scheurden, zeiden ze. Bohlin trok opnieuw naar de States, ontdekte er een fitting met een scherpe kant, liet die wegvijlen en weer stonden de Amerikanen te kijk. Intussen gingen de jaren wel voorbij.

In 1967 publiceerde Volvo een studie van 28.000 ongevallen met uitsluitend Volvo-auto’s. Uit alles bleek dat de nieuwe gordel het risico met 50 tot 60 procent reduceerde. De studie sloeg in als een bom.

Ook de Amerikaanse autobouwers, zo beducht voor de schending van de vrijheid van de bestuurder, gingen overstag.

Samen met een collega-ingenieur reisde Bohlin als een missionaris stad en land af om zijn bewijsmateriaal toe te lichten.

Heel bekend werden de beelden van een videospot waarin hij een groot imitatie-ei toonde dat met een driepuntsgordel was beveiligd. ‘Het menselijke lichaam is zo kwetsbaar als een eitje’, zei Bohlin. ‘En kijk eens hoe veilig dit eitje opgeborgen zit.’
Bohlin herhaalde in interviews dat hij het altijd vreemd had gevonden dat vliegtuigpilo- ten zich alles lieten welgevallen als het om hun veiligheid ging, terwijl de autobestuurders alleen met veel moeite een beetje comfort wilden inleveren.

Hij genoot ervan als mensen hem vertelden dat hun leven of dat van hun geliefden door de gordel was gered. In 1985 ging hij met pensioen.

Hij sleet zijn oude dag teruggetrokken in het Zweedse Tranäs waar hij vooral van zijn tuin genoot. Af en toe werd hij uit zijn groene biotoop weggehaald om een onderscheiding in ontvangst te nemen.

Het Duitse patentbureau in München stopte zijn gordel in een lijst met de acht belangrijkste uitvindingen in het honderdjarige bestaan van het bureau.

In 1999 werd hij opgenomen in de Hall of Fame van de Amerikaanse auto-in- dustrie en in 2002 in de American Inventors Hall of Fame, waar grote heren zoals Thomas Edison en de broers Wright de wacht houden.

Enkele dagen voor hij naar de feestelijkheid in de VS moest vertrekken, kreeg hij een hartaanval. Hij overleed uitgerekend op 21 september 2002, de dag dat hij officiële erkenning kreeg van de Amerikanen die hij zo moeilijk van zijn gelijk had kunnen overtuigen.