Vaseline

De man die elke dag een lepel petroleumsmeer tot zich nam

Robert Augustus Chesebrough (Londen, 9 januari 1837 – New York, 8 september 1933)

Robert Augustus Chesebrough was chemicus van beroep. Hij had zijn opleiding genoten in Londen en hij probeerde rond het midden van de negentiende eeuw in Brooklyn, New York, zijn brood te verdienen. Onder meer met de verkoop van kerosine, een soort aardolie die voor petroleumlampen werd gebruikt.

Die lampen waren in toentertijd de modernste vorm van huisverlichting. In 1859 had in Titusville in Pennsylvania de eerste olieboring plaatsgevonden. Chesebrough hoorde van de rush op de olievelden en van de boortorens die als paddenstoelen uit de grond rezen.

Sommige mensen werden er snel rijk, de Rockefellers bijvoorbeeld. Het lag voor de hand dat ze ginder een scheikundig talent als het zijne best konden gebruiken.

Toen de jonge Brit in Titusville aankwam, bleek dat de arbeiders er vooral te klagen hadden van rod wax, een soort petroleumsmeer dat zich op de stangen en pompen vastzette. Door het smeer moesten ze de boringen telkens weer stilleggen. En verloren ze veel tijd.

De vreemde substantie had wel een bijzondere eigenschap: de arbeiders stelden proefondervindelijk vast dat de kneuzingen en schaafwonden aan hun handen door het smeer opvallend snel genazen.

Chesebrough nam een kluit van het goedje mee naar Brooklyn en begon er in zijn kleine laboratorium mee te experimenteren. Hij zuiverde de kleurloze substantie en maakte er een zalfje van dat hij aanvankelijk gewoon petroleumgelei of aardoliegelei noemde.

Zoals het een goede geleerde past, testte hij de zalf eerst uit op zichzelf. Hij bracht zichzelf de meest uiteenlopende verwondingen toe, hij sneed met allerlei messen in zijn armen, hield zijn handen boven een vlam en goot er een zuur op.

Tegen 1870 had hij een smeersel dat zijn branden snijwonden razendsnel deed genezen.

Aanvankelijk verkocht hij het middel in New York in kleine potjes van deur tot deur. Hij deelde ook gratis staaltjes uit. Na enige studie noemde hij het spul ‘vaseline’: een combinatie van het Duitse ‘Wasser’ en het Grieks voor olie: ‘elaion’.

En ook omdat in die dagen veel geneesmiddeltjes op ‘ine’ eindigden. De bestaande zalfjes werden snel ranzig omdat ze uit dierlijke of plantaardige vetten waren samengesteld. Vaseline echter bleef ook na jaren even smeuïg.

Het succes was overweldigend. Na een half jaar reden in New York twaalf rijtuigjes rond om in de behoefte te voorzien. Artsen schreven het voor, huisvrouwen gebruikten vaseline om vlekken van de meubelen te verwijderen. Boeren ontdekten dat het perfect kon dienen om het leder van zadels te voeden.

Je kon er mee voorkomen dat machines gingen roesten. Schilders smeerden het op de vloer om verfspatten makkelijk te verwijderen. Apothekers gebruikten het als basisstof voor allerlei andere zalfjes en crèmes. Kortom, Chesebroughs vaseline was een wondermiddel.

Op 14 mei 1878 nam hij er een patent op. Nog vóór de eeuwwisseling had hij ook al een fabriekje in tsaristisch Rusland.

Chesebrough was een goede zakenman en verdiende met zijn vaseline meer dan zijn brood. Hij werd niet zo rijk als de Rockefellers, maar toch.

Hij vond het op de duur heel normaal dat vissers ontdekten dat vissen dol waren op vaseline en dat het product dus uitstekend geschikt was als aas, of dat de vrouwen het gebruikten om hun make-up te verwijderen. Hijzelf onderstreepte dat zijn product vooral gezond was.

Dus slikte hij de laatste 35 jaar van zijn leven dagelijks een forse lepel vaseline naar binnen. En als hij ziek was, wreef hij er zijn lichaam mee in. Chesebrough overleed pas in 1933. Hij was toen 97 jaar oud, het levend bewijs van de kwaliteit van zijn product.

Kwatongen zeiden dat hij zonder vaseline in te nemen misschien wel 107 was geworden.

Hoewel de vaselinepotjes al decennia door het Unilever-concern worden geproduceerd, staat Chesebroughs naam er nog altijd op vermeld. De officiële aanbeveling luidt: ‘Voor de hele familie.

Ideaal bij ruwe huid, gesprongen lippen, schaafwondjes, zonnebrand, winterhanden en wintervoeten en voor baby’s met luierirritaties.’