Tupperware

Het begon met een badkamerbekertje van 20 cl

Earl Silas Tupper (Berlin, New Hampshire, 28 juli 1907 – San José, Costa Rica, 5 oktober 1983)

Earl Silas Tupper werd als zoon van een kleine boer geboren in Berlin, New Hampshire. Zijn moeder exploiteerde een klein pension en zijn vader Earnest bedacht allerlei spullen om het werk op de boerderij en in de serres te vereenvoudigen.

Op een daarvan, een geraamte om kippen te reinigen, kreeg hij een patent. Earl had het uitvinden duidelijk van zijn vader. Na zijn middelbare studie bleef hij werken in de serres van zijn ouders.

Aan al wie het horen wilde verkondigde hij als jongeman dat hij vast van plan was nog voor zijn dertigste zijn eerste miljoen dollar te verdienen.

Hij werkte een tijdje als klerk en aan de spoorweg. In 1928 volgde hij een cursus in boomchirurgie en richtte de firma Tupper Tree Doctors op. Hij trouwde in 1931. De depressiejaren werkten in zijn nadeel.

Voor zijn vrouw Marie, zijn zussen en hun vriendinnen bedacht hij gekleurde breipennen, slipvaste jarretelhaakjes, een instrument om de menstruatie op gang te helpen en celluloid nepnagels met grappige beschilderingen.

Dan volgde de Kamoflage comb, een combinatie van een nagelvijltje en een kam, verpakt als een vulpen die mannen discreet in de zakken van hun colbertje konden dragen.

Hij ontwierp een diervriendelijke dierenval en kwam, nadat hij zelf een operatie had ondergaan, op de proppen met een instrument waarmee de blindedarm op niet-chirurgische wijze verwijderd kon worden, namelijk via de anus.

In 1936 ging Tupper Tree Doctors failliet – geen miljoen dollar op zijn dertigste dus. Door bemiddeling van een andere uitvinder kon hij een jaar lang werken op de polyethyleenafdeling van het chemische bedrijf DuPont.

Tupper: ‘Het is daar dat mijn opleiding echt begon.’ Van DuPont kreeg hij voor een habbekrats enkele tonnen plasticafval mee om een eigen bedrijfje op te richten. Door een zuiveringsprocedé ontwikkelde hij uit de slakken een nieuw soort plastic dat hij Poly-T noemde, voor Polyethyleen-Tupper.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog leverde hij aan DuPont plastic onderdelen voor gasmaskers. Pas achteraf, in 1945, kon hij met eigen spullen voor de dag komen. Het eerste Poly-T-product was een badkamerbekertje van 20 centiliter. De naadloze schoonheid, de lage prijs en de kwaliteit maakten indruk.

In 1946 verschenen bekers en kommetjes in een serie matte pasteltinten, van limoengroen tot citroengeel, van pruimkleurig tot robijnrood.

Tupper had een jaar extra nodig om een perfect luchten vochtdicht deksel te ontwikkelen. Een verfblik bracht uitkomst. Tuppers ‘verzegelde’ deksel, een omgekeerd verfblikdeksel, sloot daadwerkelijk af, zonder dat er bij vallen of stoten wat uit wegliep.

Door het goed passende deksel bij het afsluiten eerst aan een kant lichtjes te buigen en het potje dan dicht te drukken, ontstond een gedeeltelijk vacuüm, terwijl de uitwendige luchtdruk de sluiting versterkte.

Het typerende zuchtje dat op die manier bij het sluiten ontstond, werd al snel vergeleken met het laten van een boertje, a burp.

Het tijdschrift House Beautiful wijdde in 1947 een uitgebreid verhaal aan Tuppers werk en bestempelde zijn kommetjes als ‘kunst voor 39 cent: naadloos en zacht als jade, licht reflecterend zoals albast of parels’.

En het design was zo bekoorlijk dat het New Yorkse Museum of Modern Art twee Tupper-kommen kocht om in zijn permanente collectie op te nemen.

Even ging het Earl Tupper voor de wind. In 1948 zei hij in Time Magazine dat zijn bijzondere soort plastic inmiddels was gebruikt voor zeven miljoen schroefbekers op thermosflessen, voor 50.000 snackschotels die samen met Canada Dry waren verkocht en voor 300.000 goedkope sigarettenetuis van Camel.

Hij had intussen dubbelwandige bekers voor ijsblokjes op de markt gebracht en fiches om poker mee te spelen. En hij had een stel geruisloze borden-met-deksel verkocht aan een zenuwkliniek in Massachusetts. Tupper verwachtte in 1948 een omzet van vijf miljoen dollar.

En toen trad de stilte in. Om te beginnen was het brede publiek nog lang niet gewonnen voor het gebruik van plastic in de keuken. De voorlopers van Tupperware hadden een slechte indruk gemaakt; het vroege plastic stonk gewoon, het eten smaakte ernaar.

Bovendien was het deksel zo revolutionair dat het niet aansloeg. Klanten brachten de kommetjes terug ‘omdat ze niet functioneren zoals de verkoper mij heeft laten zien’.

In de traditionele winkels had niemand tijd om klanten rustig te leren hoe je aan zo’n Tupperware-deksel een boertje moest ontlokken. Borden en kommen raakten in de rekken onder het stof.

Totdat in 1951 ene mevrouw Brownie Humphrey Wise (1913-1992) de aandacht van Earl Tupper trok. Zij had voor de firma Stanley Home Products eerst van deur tot deur producten verkocht en had op basis van haar succes een eigen distributie verworven.

Omdat Stanley geen compleet gamma aanbood, had ze er voor haar home parties – bijeenkomsten waarop allerlei huishoudelijke spullen worden gedemonstreerd – Tupperware bijgenomen. De sessies duurden gemiddeld twee uur en gaven ruim de gelegenheid om ‘het boeren’ met het deksel te demonstreren.

Tupper ging een licht op. In 1951 richtte hij de firma Tupperware Home Parties op en bombardeerde Wise tot vicepresident Verkoop. De handel via winkels legde hij stil. In drie jaar tijd gingen in de Verenigde Staten meer dan negenduizend verkopers aan de slag.

De omzet steeg in 1954 in één klap tot 25 miljoen dollar. Het snel toenemend gebruik van koelkasten, waarvoor de nieuwe bakjes ideaal bleken te zijn, was daar een oorzaak van.

Dat Tupper op al zijn producten een levenslange waarborg gaf, was binnen de Amerikaanse wegwerpcultuur helemaal spectaculair. Nauwelijks vier jaar later verkocht de uitvinder – na een conflict met Wise – zijn firma voor negen miljoen dollar aan Rexall Drug & Chemical Company.

In 1960 waaide de verkoopmethode over naar Groot-Brittannië, in 1961 naar het Europese vasteland. Vandaag vindt om de paar seconden ergens in de wereld een Tupperware-party plaats. Tupperware biedt vandaag meer dan 200 producten aan.

Draaischijf van de organisatie in Europa is het technisch hoofdkwartier in het Belgische Aalst.

Earl Tupper kon na de verkoop van zijn bedrijf – hij was toen 51 – nog 25 jaar van zijn fortuin genieten. Tot zijn pensioen in 1973 bleef hij nog voor zijn oude firma in loondienst werken.

Dan trok hij zich terug in het belastingparadijs Costa Rica, waar hij zich toelegde op het vervaardigen van functieloze toestellen, verwant aan de mechanische kunst van Panamarenko.

Hij verliet de Verenigde Staten vanwege de hoge belastingen: ‘Dan blijft er voor mijn vijf kinderen tenminste nog iets over’, zei hij. Ook aan het tropisch instituut van het Smithsonian, dat in Panama biologische diversiteit onderzoekt, schonk hij in die dagen een fortuin.

Dan was Tupper weer de boerenzoon en ‘bomendokter’ van zijn jonge jaren. Hij overleed in oktober 1983, 76 jaar oud, in de Costa Ricaanse hoofdstad San José.

Terwijl de merknaam Tupperware wereldwijd bekend werd, raakte de man die het plastic – een woord dat hijzelf niet wilde horen, Poly-T moest het zijn – in de keuken introduceerde, in vergetelheid.
(Zie ook: gore-tex, nylon, kevlar)