Beulemans

Beulemans Frans : slecht Frans ; verbeulemansen: verfransen

Naar Ferdinand Beulemans, een figuur uit het populaire toneelstuk Le mariage de Mlle Beulemans van Frantz Fonson (1870-1924) en Fernand Wicheler (1874-1935).

Het stuk in drie bedrijven speelt zich af in een Brussels middenstandsmilieu in de jaren 1909-1910. Ferdinand Beulemans is een rijk geworden biersteker. Zijn dochter is verloofd met Séraphin Meulemeester, zoon van een collega en concurrent.

Het stuk werd voor het eerst opgevoerd op 18 maart 1910 in het populaire Théâtre de l’Olympia in Brussel. Het was vanaf de eerste opvoering een voltreffer. Na 7 juni 1910 volgden vijfhonderd voorstellingen in Parijs.

Het werd uit het Brusselse dialect in tien talen vertaald en over de hele wereld verspreid. Voor de oorlog was het stuk al meer dan duizend keer opgevoerd.

De Brusselse middenstander van 1910 is meestal een Vlaming die makkelijk aan zijn moedertaal verzaakt en het Nederlands alleen nog in de familiale sfeer gebruikt. In zijn pogingen om Frans te spreken – hij houdt van Frans en van Parijs – slaat hij de gekste woorden en zinnen uit.

Voorbeelden : ‘Je suis chemin’ (ik ben weg) en ‘ça penche mes pieds dehors’ (het hangt mijn voeten uit).

Uit 1922 dateert de zin: ‘En wordt Vlaanderen niet zelfstandig, dan wordt het verbeulemanst.’ In de wereld van het stripverhaal is het prototype van de eeuwige Beulemans ongetwijfeld Serafijn Lampion, de Brusselse verzekeringsmakelaar uit de Kuifje-avonturen van Hergé.