Bata

Kleine Tsjechische schoenlapper wordt ‘de Ford van de schoen’

TOMAS BATA (1875-1932)

Op 12 juli 1932, om vier uur in de ochtend, wou Tomas Bata (spreek uit: Badja) met zijn privévliegtuig vanaf zijn privé-vliegveld richting Zürich vertrekken om er zijn zoon op te zoeken.

Een dichte mist hing over het vliegveld zodat de piloot adviseerde te wachten. ‘Maar,’ aldus een weekblad uit die tijd,

‘Tomas Bata duldde geen tegenspraak, zelfs niet van de natuurelementen.’ Enkele ogenblikken later vloog het toestel tegen een fabrieksschoorsteen te pletter. Bata en zijn piloot waren op slag dood.

De schoenfabrikant liet een industrieel imperium achter dat in Europa nauwelijks zijn gelijke kende. In de herdenkingen van die dagen werd hij gehuldigd als ‘de Ford van de schoen’ en ‘de Ford van Europa’.

Het Moravische dorpje Zlin met zijn 2000 inwoners was intussen uitgegroeid tot een industriestad, Bataville geheten, met 30.000 inwoners. De firma telde 20.000 arbeiders en maakte 36 miljoen schoenen per jaar.

Vandaag kan Bata, met zetel in het Canadese Toronto, bogen op 56 schoenfabrieken en 14 looierijen, 6300 winkels in 60 landen, circa 70.000 werknemers en een jaaromzet van ongeveer drie miljard dollar. Welk geheim draagt dit succes in zich?

De vader van Tomas was een eenvoudige dorpsschoenlapper die zijn zoon met een rugmand de omliggende dorpen rondstuurde om
er van deur tot deur pantoffels en klompschoenen te verkopen. In 1894, op zijn achttiende, richtte hij samen met zijn broer en zus een fabriekje op in wat destijds de Oostenrijks-Hongaarse monarchie heette.

Zeven jaar later reisde hij Oostenrijk, Duitsland en de Verenigde Staten af om er in schoenfabrieken zijn licht op te steken. Toen de Eerste Wereldoorlog naderde, slaagde hij erin beslag te leggen op de gigantische legeropdrachten uit Wenen.

Op het hoogtepunt van de oorlog had hij 5000 arbeiders in dienst. Ondanks het instorten van de economie was er in 1923 toch weer 1800 man aan het werk. In dat jaar werd ook de lopende band ingevoerd.

Bij zijn dood telde het bedrijf in Zlin 32 gebouwen waarin Bata alles zelf maakte: papier en karton, drukwerk, chemische stoffen en machines.

Zlin

Opmerkelijk was wel dat hij daarnaast voor zijn arbeiders een eigen stad had gebouwd met textielen voedingswinkels, restaurants, feestzalen, een ziekenhuis, een spoorwegstation, sportterreinen en een eigen vliegveld.

Bata had binnen de staat een stad gecreëerd, waarvanDe Tsjechische Bata-fabrieken in de jaren dertig hij zelf de met despotische hand regerende burgemeester was. Met de twee plaatselijke kranten sprong hij om als waren ze zijn persoonlijk bezit.

De wereld was zijn actieterrein. Op de dag van de arbeid, net voor zijn dood, had hij nog ten overstaan van 25.000 toehoorders verklaard: ‘Op deze wereld lopen een miljard mensen rond die geen schoenen dragen. Wij hebben met hen nog geen contact gehad, wij kennen hun taal niet.

Het is onze taak en die van onze kinderen met die immense menigte in contact te komen en nieuwe afzetgebieden te vinden.’

Organisatorisch paste Bata een systeem toe dat in die dagen als ‘wetenschappelijk’ werd bestempeld: hij schakelde alle tussenpersonen uit, perfectioneerde de uitrusting en rationaliseerde het arbeidsen productieproces.

De grote kracht was de introductie van de lopende band, in navolging van de Amerikaanse autofabrikanten in Detroit.

Vandaar ook de bijnamen voor Bata die naar Ford verwezen. Elke departement – er waren er 250 – werkte zelfstandig en moest op zichzelf winstgevend zijn.

In de hele fabriek hingen grote spandoeken met door Tomas Bata zelf bedachte leuzen zoals : ‘Ik ken geen uitgebuitenen, alleen medewerkers’, ‘Heb een doel in uw leven’, ‘Ik werk niet voor mij maar voor jullie !’, ‘Wees opgewekt !’ of ‘Denk na !’ Een arbeidster die na tien uur ’s avonds nog op straat werd gezien, moest bij de zedenpolitie op het matje komen.

Een speciale commissie controleerde de uitgaven van elk individu en van vrouwen in het bijzonder.

Eindhoven

In 1934 werd in het Nederlandse Best bij Eindhoven een vergelijkbare fabriekskolonie voor 2000 man opgericht. De werknemers kregen midden in de crisisjaren een vaste baan, prima huisvesting en goede lonen.

Ze moesten zich wel een vergaande bevoogding, strenge sociale controle en een haast op militaire leest geschoeide arbeidsdiscipline laten welgevallen. Toen in de jaren zeventig de wereldproductie naar ontwikkelingslanden verschoof, werd Best drastisch afgeslankt.

Het bedrijf verkocht in 1978 een deel van de grond en de leegstaande gebouwen aan de uitdijende gemeente Best. Van dan af legde Bata zich in Nederland toe op de productie van veiligheidsschoeisel: beschermende schoenen, laarzen en sokken. Vandaag werken er nog 275 mensen.

De laatste Bata-winkels in Nederland gingen in 1996 definitief dicht. Hoewel een jaar later in Best weer een verkoopcentrum voor groothandels in de Benelux werd geopend. Van de Tsjechen die in de jaren dertig in Best neerstreken, zijn er enkele tientallen blijven wonen.

Volgens getuigenissen van oud-werknemers uit Best moest bij Bata extreem hard worden gewerkt en liet de menselijke omgang erg te wensen over. De Tsjechen waren heer en meester : ‘Als een Nederlandse medewerker een paar veters mee naar huis nam, kreeg hij onmiddellijk ontslag.

Een Tsjech die op kosten van de firma een heel huis liet inrichten, werd geen strobreed in de weg gelegd.’ Of : ‘Niet voor niets raakten nogal wat medewerkers overspannen.

De doktoren en specialisten zeiden in zo’n geval: “Oh, u werkt bij Bata.

Gaat u dan maar een poosje in het bos wandelen om wat tot rust te komen.”’ En in verband met de geroemde vijfdagenweek : ‘Als de weekproductie niet werd gehaald, “mocht” men zaterdags terugkomen en het was geen uitzondering als dat ook op zondag “mocht”. Uiteraard zonder betaling.’

Batawa

Bata werd na zijn dood opgevolgd door zijn halfbroer Jan en door zijn zoon Tomas ii, die nauwelijks 18 was. Na een fikse ruzie verhuisde Tomas ii in 1938 samen met zijn moeder en tachtig gezinnen uit Zlin naar Canada waar het fabrieksdorp Batawa (naar Ottawa) werd gesticht.

Vandaar uit begon hij volgens de filosofie van zijn vader aan de opbouw van een wereldimperium. In 1984 werd Thomas iii op zijn beurt de grootste schoenmaker en schoenverkoper ter wereld.

In 1989, na de Fluwelen Revolutie in Tsjechoslovakije, ging een droom van Tomas ii, inmiddels in de 80 geworden, in vervulling.

In plaats van aan te dringen op restitutie van het vroegere Bata-bezit in zijn vaderland, kocht hij voor tien miljoen dollar 29 Tsjechische staatswinkels plus een kleine schoenfabriek op. In 1994 was de keten al uitgegroeid tot 43 vestigingen.

Bata werkt vandaag onder licentie ook voor Nike, Adidas, Mephisto en andere bekende schoenmerken. Naar eigen zeggen heeft de firma in de afgelopen honderd jaar meer dan 14 miljard paar schoenen verkocht: achter elkaar geplaatst dertig keer de afstand tussen aarde en maan.

Omzetcijfers blijven echter geheim. Op dat punt geldt het concern als een van de meest mysterieuze ter wereld. Omdat het geen beursgenoteerde onderneming is, maar een familiebedrijf met een niet te reconstrueren wereldwijd netwerk van vennootschappen, heeft Bata nauwelijks publieke verplichtingen.