Contactlens - Wichterle
Het uitvinden van heel kleine dingen kan soms enorm veel moeite kosten, dat bewijst het leven van Otto Wichterle, een Tsjechische chemicus die de uitvinding van de contactlens op zijn naam heeft staan.
Wichterle werd in 1913 geboren in het Moravische plaatsje Prostejov, vandaag Tsjechië. Zijn vader was een mede-eigenaar van een fabriek van landbouwmachines die ook auto’s bouwde. De jonge Otto kreeg een uitstekende opvoeding. Hij studeerde chemie en kon in 1935 als docent aan de universiteit van Praag aan de slag. In 1939 vielen de Duitsers het land binnen. Ze sloten de universiteit en Wichterle kwam terecht in de laboratoria van de reusachtige Bata-schoenenfabriek. Daar kon hij een tijdlang zijn onderzoek naar kunststoffen voortzetten. Wegens verzetsactiviteiten stopte de Gestapo hem in de jaren 1942-1943 in de gevangenis. Na de oorlog hervatte hij zijn werk als docent chemie.
Op een mooie dag in 1952 zat hij in een treincoupé naast een man die een artikel las over metalen kunstogen. Wichterle ging een gesprek met hem aan en vertelde dat plastic meer kans maakte om door het lichaam te worden aanvaard. De medepassagier bleek de secretaris te zijn van een regeringscommissie die het belang van kunststoffen voor medische doeleinden onderzocht.
En zo kwam het dat Wichterle overheidssubsidie kreeg voor het onderzoek naar polymeren die water vasthouden. Ter ontwikkeling van het nieuwe kunstoog oefenden hij eerst met kleine stukjes plastic.
In 1957 legde hij zo’n stukje op zijn eigen oog. Het was te ruw, het brandde op zijn oog en het was onaangenaam. Maar Wichterle zag meteen dat zijn kunstgel kon dienen om een contactlens te maken en meteen het zicht aan te passen.
In 1958 volgde in het communistische Tsjechoslovakije een politieke zuivering waarvan ook hoogleraar chemie Wichterle het slachtoffer werd. Als werkloze ging hij thuis koppig door met het knutselen aan zijn contactlens. Met onderdelen uit het Meccanospel van zijn twee zonen, de kleine motor van zijn platendraaier en een fietsdynamo bouwde hij een machientje om de lenzen te gieten. Tegen Kerstmis 1961 lagen zijn eerste vier contactlenzen op tafel. Een jaar later hadden hij en zijn vrouw Lidia, die arts was, vijfduizend stuks vervaardigd. Hij mocht ook even naar het buitenland reizen om zijn vinding te demonstreren. “Iedereen vond het ding interessant”, zei hij later in een interview, “maar dan eerder als een grap, als een speeltje, niet iets om ernstig te nemen.”
En dan werd het stil. Tot op een dag twee advocaten van een Amerikaans patentbureau op weg naar de Sovjetunie even in Praag halt maakten. “Ik nam een contactlens uit mijn oog”, aldus Wichterle, ” gooide ze op de grond, trapte er op, maakte ze met mijn tong schoon en stopte ze weer in mijn oog.” De advocaten waren onder de indruk en kochten de rechten voor een miljoen dollar. Bestemd voor de Tsjechoslovaakse staat, wel te verstaan.
In 1967 verkocht het patentbureau de uitvinding aan de firma Bausch & Lomb, die er drie miljoen dollar voor betaalden. Het driedubbel dus. Bausch & Lomb is vandaag nog altijd de grootste contactlenzenfabrikant ter wereld.
Wichterle zelf kreeg van die monsterbedragen uiteindelijk slechts duizend dollar. Maar hij nam dit filosofisch op: “Ik zou niet geweten hebben wat ik met zo’n groot bedrag had moeten doen”, zei hij later.
In 1968 rolde de Russische tanks Praag binnen om de beruchte Praagse Lente te onderdrukken en Wichterle , die blijkbaar nog wat anders deed dan contactlenzen maken, werd opnieuw van de universiteit gegooid. Maar hij zette zijn onderzoek privé verder en werd in 1989, bij de val van het communisme, tot voorzitter van de Academie van Wetenschappen verkozen.
In totaal verwierf Wichterle tweehonderd scheikundige patenten, inzake plastic, synthetische vezels en biomedisch materiaal. De oude man mocht tegen het einde van zijn leven genieten van grote internationale erkenning. In 1995 nog, toen hij al 82 was, werkte hij aan synthetische lenzen die het gezicht moesten herstellen na een operatie aan grauwe staar. Drie jaar later overleed hij.
De honderd miljoen contactlensdragers op deze wereld, oogartsen en opticiens doen er goed aan af en toe de man de herdenken die zich noch door het getreiter van de nazi’s of de Tsjechische communisten, noch door de Russische tanks van de wijs liet brengen en in een Praagse achterkeuken in z’n eentje de zachte contactlens op de wereld zette.