Warme robots
‘Robot’, een woord uit de nieuwe Europese lidstaten
De nieuwe Europese lidstaten zitten soms dieper onder onze huid dan we denken. Neem nu Tsjechië. Het land dat ons de ‘robot’ schonk. Het woord is namelijk in 1920 bedacht door de Tsjechische broers Karel (1890-1938) en Jozef Capek (1887-1945) die allebei literair zeer bedrijvig waren. Hoewel Jozef vooral als beeldend kunstenaar naam heeft gemaakt. Karel, de bekendste van de twee, zat op zekere dag de dubben over een theaterstuk waarin op mensen gelijkende, artificiële wezens een rol speelden. Met ideeën daarover belaagde hij zijn oudere broer terwijl die voor zijn ezel stond te schilderen. Karel bracht de kunstenaar uit concentratie. ‘Zet het gewoon op papier’, zei Jozef laconiek. Omdat hij een penseel in zijn mond hield, waren zijn woorden nauwelijks te verstaan. ‘Maar ik heb geen idee hoe ik die kunstarbeiders moet noemen’, klaagde Karel. ‘Ik dacht eerst aan ‘Labors’, maar dat klinkt alsof ze van papier zijn.’ ‘Noem ze toch ‘Robots’, bromde zijn broer, zonder het penseel tussen zijn tanden vandaan te halen. En het woord was geboren. ‘Robota’ betekent in het Oud-Tsjechisch: zwaar werk, dwangarbeid, slaafs werk, vroondienst.
Het stuk dat Karel vervolgens schreef kreeg de titel R.U.R, wat staat voor Rosumovi Umeli Roboti, of Rossums Artificiële Robots. Het gaat over ingenieurs die zoveel kunstmensen - in chemische en biologische, niet in mechanische zin - fabriceren dat de mens zelf geen klap meer hoeft uit te voeren. De hoofdingenieur weerstaat niet aan de verleiding de Robots (met hoofdletter) ook nog een ziel te geven, waarna ze de mensen vernietigen.
In Praag werd het theaterstuk op 25 januari 1921 opgevoerd, geen jaar later was het al in New York. Het reisde de hele wereld rond en het woord ‘robot’ reisde mee. Capek werd de eerste internationaal bekende Tsjechische schrijver. Vanwege de vele misverstanden zag hij zich in 1923 genoodzaakt in een Amerikaans tijdschrift de betekenis van R.U.R. uit te leggen. Het ging enerzijds wel over het product van het menselijk brein dat aan de controle van mensenhanden ontsnapte, maar ook over de tegenstrijdige denkbeelden om het grootste geluk voor het grootste aantal te bereiken: denkbeelden die allemaal even deugdelijk of afschuwelijk waren. Capek liep achteraf met dit werk niet zo hoog op. Hij schreef later nog een aantal antiutopische romans. ‘Neen, dit is geen utopie, dit is het naakte heden’, onderstreepte hij telkens weer. Hij zat tegen die tijd geklemd tussen het fascisme in het oosten en het opkomend nazisme in het westen. Toen Hitler begin 1939 zijn land onder de voet liep, had Karel zich met zijn journalistiek verzetswerk letterlijk doodgeschreven. Jozef kwam in het concentratiekamp van Bergen-Belsen om het leven.
Het lijkt wel alsof Praag en Amsterdam in het interbellum dichter bij elkaar lagen dan vandaag. Van Karel Capek zijn in de loop der jaren zeker tien werken in het Nederlands vertaald. Nadat hij in 1932 in Den Haag aan een congres van de PEN-club deelnam, publiceerde hij een charmant brievenboek over Nederland. Daarin sprak hij onder meer zijn bewondering uit voor het behendige individualisme waarmee de Nederlander kon fietsen. Onverwachte zwenkingen, sierlijke improvisaties, verrassende wendbaarheid … de beminnelijke Tsjech ontdekte het allemaal in het Nederlandse fietsgedrag. Een ode aan het on-communistische trappen.
Ik moest even aan de Capeks denken toen dezer dagen bekend raakte dat Japanse ingenieurs en gerontologen kleine robotdieren voor therapeutische doeleinden inzetten. De robotzeehond Paro bijvoorbeeld - ontwikkeling: negen miljoen dollar - of de bekende robothond Aibo, die voor dit werk netjes wordt aangekleed. Demente bejaarden knappen van de beestjes helemaal op, ze nemen stress weg, ze ontlokken hun voor het eerst sinds jaren een glimlach. Robotdieren als maatje, ik weet niet zeker of Karel Capek ze gewaardeerd zou hebben. Op het Praagse kunstenaarskerkhof Vysehrad, waar hij tussen componisten als Dvorak en Smetana of de artnouveau-kunstenaar Mucha begraven ligt, heeft hij bovenaan in zijn grafzuil een marmeren drinkbakje voor vogels - de echte dan - laten aanbrengen.