Smiley’s - Fahlman
Stel dat je een e-mail schrijft, of aan het babbelen bent op de chatbox, of dat je een sms’je verstuurt. En je maakt een grap, of je zegt iets ironisch of iets sarcastisch. Je zwanst een beetje. Dan is de kans groot dat je verkeerd wordt begrepen. Negen kansen op de tien zal de ontvanger je grapje letterlijk opvatten. Hij of zij ziet je gezicht niet of je gebaren, hoort de toon van je stem niet. En dan kan heel snel herrie ontstaan. Voor dit huizenhoog probleem hebben we vandaag een eenvoudig middeltje. Je tikt na elkaar een dubbele punt, een koppelteken en een-sluit-de-haakjes en je krijgt een lachend gezichtje, weliswaar op z’n kant gezet.
De man die dit fantastische teken heeft uitgevonden heet Scott Fahlmann en hij komt uit Pittsburgh, de stad van staalbaronnen en Heinz ketchup. Tot voor kort wist Fahlman alleen dat hij de smiley had bedacht, maar hij kon zich niet exact herinneren wanneer. Ruim twintig jaar geleden namelijk bestond er geen e-mail, chatbox of sms. Sommigen onder ons moeten zich nog wel de BBS herinneren, de ‘bulletin board system’. Een voorloper van de huidige nieuwsgroepen, maar dan met modems en analoge telefoonlijnen. In de oertijd van de computer. Het was op zo’n BBS dat Fahlman zijn idee lanceerde.
Maar waren de babbels op dat systeem ergens geregistreerd? In februari van dit jaar gingen een aantal computerfreaks gesponsord door Microsoft aan de slag. Na het screenen van duizenden tapes vonden ze op 10 september jongstleden net op tijd de beroemde passage waarin Fahlman de smiley voor het eerst suggereerde. Net op tijd namelijk voor een feestje. Want wat bleek: Fahlman lanceerde z’n vondst op 19 september 1982 om 11.44 uur. Zodat de twintigste verjaardag nog waardig kon worden gevierd.
Wat was het geval? Op de afdeling computerwetenschappen van de universiteit van Carnegie Mellon was zo’n BBS een belangrijk sociaal instrument. Een plaats waar professoren, docenten en studenten op gelijke voet over belangrijke computerkwesties konden praten. De meeste berichten waren serieus, andere waren meer van het soort: ik heb in het herentoilet op de vijfde verdieping een ring gevonden. Van wie is die? Een aantal van die berichten was grappig, of tenminste grappig bedoeld. Maar dan was er altijd wel iemand die dit verkeerd begreep. En een boos antwoord gaf. Waarop anderen reageerden. En zo liep de discussie in het honderd. Moest je dan achter elk grapje ook nog het woord ‘grapje’ tikken?
Op 16 september 1982 tikte een zekere Howard Gayle het waarschuwingsbericht in dat in de linker lift van de universiteit kwik was gemorst, dat er een brandje was geweest en dat je de lift niet mocht gebruiken voor hij was ontsmet. Dan herinnerde zich iemand dat zijn middelbare school na een gelijkaardig voorval een dag was gesloten. Zo gevaarlijk was het goedje. Iedereen wond zich op. Achteraf bleek het om een grap te gaan. Iedereen boos. Ene Niel Schwartz stelde voor om in zo’n geval achter het bericht een sterretje tussen aanhalingstekens te tikken. Iemand anders vond de twee nulletjes van het percentageteken beter. Dat ging zo even door, totdat Fahlman met zijn vrolijke smiley kwam. Tegelijkertijd stelde hij een serieuze versie voor met achteraan een openend aanhalingsteken. Met neerwaartse mondhoeken. Wat dan wou zeggen: dit is geen grap, dit is ernstig. Maar al gauw kreeg deze tweede smiley uit de geschiedenis de betekenis van ‘boos’. Het is mooi om in de BBS-verslagen van 20 jaar geleden te zien hoe de daarop volgende dagen iedereen nieuwe tekens uitvond. Met de opkomst van het internet verspreidden de smileys zich in een oogwenk over de hele wereld. Momenteel bestaat een lijst van wel tweeduizend smileys. Een boekje vol.
Fahlman is vandaag een licht kalende man met een forse baard die op zijn homepage te zien is met een grote glimlach, nog groter dan die van zijn smiley’s. Hij is een heel ernstige computerwetenschapper die doceert aan de universiteit en allerlei zeer geleerde teksten over artificiële intelligentie schrijft. Van zijn uitvinding gebruikt hij haast uitsluitend de lachende versie. Alleen als hij als consument iets te mopperen heeft, gebruikt hij het boze gezichtje. Fahlman is bang dat zijn wetenschappelijk werk over enkele jaren vergeten zal zijn, en dat hij alleen nog om zijn smileys - in het kader van zijn werk een flauwiteit - zal herinnerd worden. Nu ja, daar vrezen wij ook wel voor.